Nieuws over Falun Dafa en de Mensenrechtensituatie in China
Falun Dafa Informatiecentrum

Slachtoffer van marteling in Gansu dient aanklacht in tegen voormalig Chinese leider

11-12-2016

Een vrouw in Noord-China  diende een aanklacht tegen Jiang Zemin, voormalig leider van de Chinese Communistische Partij (CCP). Onder Jiang’s beleid van het vervolgen van beoefenaars van Falun Gong werd ze bijna doodgemarteld. Twee van haar zussen overleden onder de druk van de vervolging.

"Toen ik werd vrijgelaten was ik mentaal verward door ernstige martelingen. Ik herkende niet eens mijn zoon die me op kwam halen."- Mevr. Gao Lijin uit Gansu

Detentie en dwangarbeid voor een verzoekschrift aan de regering

Mevr. Gao beoefende vele jaren Falun Gong en hierdoor verbeterde haar gezondheid. Nadat Jiang Zemin in 1999 de vervolging van Falun Gong in gang zette, veranderde er veel. De politie arresteerde mevr. Gao en eiste dat ze Falun Gong in een tv-interview zou belasteren. Beambten dreigden haar gevangen te nemen als ze weigerde.

Op basis van haar eigen ervaringen kon mevr. Gao Falun Gong niet in diskrediet brengen en stuurde aantal brieven om het positieve effect van de spirituele discipline op haar leven uit te leggen. Ze stuurde ze naar de lokale overheid en vertrok naar Beijing om te pleiten voor Falun Gong.

In maart 2000 arriveerde ze naar het klachtenbureau in Beijing. De politie van haar stad vond haar en bracht haar terug. Ze hielden haar voor een maand gevangen en gaven haar een boete van 200 yuan (US $ 30), een relatief groot bedrag voor Chinezen die van een krap budget leven.

In oktober 2000 ging mevr. Gao opnieuw naar Beijing om in beroep te gaan. Ze werd 18 dagen gevangen genomen in Beijing voordat ze door de lokale politie werd teruggebracht. De politie heeft haar twee maanden vastgehouden en plaatste haar toen een jaar in een werkkamp. Door martelingen in het kamp raakte ze ernstig mentaal gestoord, waardoor ze na vrijlating haar zoon niet herkende toen hij haar kwam ophalen.

Ernstige mishandeling tijdens de ondervraging

Mevr. Gao hervatte haar Falun Gong oefeningen na haar vrijlating en herstelde. Echter, de politie volgde haar en bleef haar lastigvallen. Ze arresteerden haar en plunderden haar huis op 27 april 2003. Officieren ondervroegen haar vijf dagen. Gedurende deze tijd mocht ze niet slapen. Zij plaatsten haar in een detentiecentrum. Ze hield een hongerstaking gedurende 16 dagen en raakte hierdoor in kritieke toestand. Het detentiecentrum bracht haar terug naar de locale overheidspolitie.

De politie bracht haar naar een ander detentiecentrum, waar ze werd geboeid aan een ijzeren stoel voor meer dan tien dagen ondervraagd werd.

"Omdat ik weigerde toe te geven dat ik schuldig was, liet directeur Yang Zhengkui drie andere bewakers me slaan met een dik touw," zei mevr. Gao. "Ik viel flauw. Yang gooide me in de lucht. Toen ik viel, stapte hij op me om me te slaan. Hij hing me op aan een deurkozijn en sloeg me. Bewakers zetten me neer toen ik het bewustzijn verloor en dachten dat ik dood was."

"Toen ze ontdekten dat ik nog in leven was, hingen ze me weer op en sloegen me gedurende een uur, totdat de volgende dienstploeg arriveerde. Daarna kon ik mijn arm voor een lange tijd niet bewegen. Ik had zo veel lichamelijke verwondingen dat alle gevangenen in mijn cel huilden toen ze me zagen. "

Een andere Falun Gong beoefenaar beschreef de feiten van de mishandeling van mevr. Gao op aan de binnenkant van haar shirt en probeerde het uit het detentiecentrum te krijgen. Bewakers ontdekten het shirt en gaven mevr. Gao een aantal klappen om haar te laten vertellen wie dit geschreven had. Mevr. Gao weigerde iets te vertellen.

Op de vierde dag kwamen politiebeambten naar haar cel om haar opnieuw te slaan. De beoefenaar die de feiten beschreef kon het niet aanzien hoe bewakers mevr. Gao sloegen, en daarom mengde ze zich erin. Toen sloegen de bewakers hen beiden. Beide vrouwen werden opgehangen en een van hen stopte met ademhalen. Bewakers maakten haar los en gooiden haar terug in haar cel zonder medische aandacht. Het kostte haar bijna twee uur om weer normaal te kunnen ademen.

"We werden bijna elke dag en soms vier of vijf keer per dag geslagen. Op de dag van mijn rechtszitting had ik ernstige verwondingen aan mijn hoofd en gezicht. Mijn gezicht en ogen waren helemaal zwart en blauw. "

Gemarteld in de gevangenis

Na gevangenschap van 18 maanden werd mevr. Gao veroordeeld tot acht en een half jaar detentie in de provinciale vrouwengevangenis van Gansu. Ze werd in een isoleercel geplaatst, omdat ze weigerde schuld te bekennen. Ze werd ook een week lang vastgeketend aan een tijgerbank.

"Ik werd gedwongen om intensieve arbeid te verrichten van 6:30-21:30 uur. Mijn enige pauzes waren twee keer een half uur voor lunch en diner. Ik kreeg geen toilet pauzes. ... Ik werd magerder en magerder en vaak bloedde ik”.

"Verschillende keren ben ik flauwgevallen. Ik ben een keer flauwgevallen tijdens het werken in een modderige tuin en mijn kleren zaten vol modder. Bewakers trokken me overeind en dwongen me om het werk voort te zetten. ... Ze stuurden groepen van 3 tot 5 gevangenen om me 24 uur te bewaken. ... De martelingen maakten me afwezig. Ik had gezwollen voeten, een bloedneus en buikpijn waardoor ik  's nachts niet sliep. "

Mevr. Gao werd op 26 oktober 2009 vrijgelaten.

Verlies van twee zussen

"Mijn derde zus beoefende ook Falun Gong. Onder druk van de autoriteiten sloeg haar man haar, vernietigde de bandrecorder die ze gebruikte om met muziek te oefenen, en verbrandde een foto van de stichter van Falun Gong en Falun Gong boeken. Mijn zus kon de pijn niet verdragen. Zij overleed op 46 jarige leeftijd."

"Mijn oudste zus werkte in Lanzhou. Ze kwam me bezoeken in het werkkamp in 2004. De bewakers stonden haar bezoek niet toe. ​​ In plaats daarvan bedreigden, vervloekten en sloegen ze haar, waardoor ze een hartaanval kreeg. Ondanks haar behandeling, bezocht ze me elke maand in de gevangenis. Tegen de tijd dat ik werd vrijgelaten, was ze overleden door de stress."

Achtergrondinformatie

In 1999 lanceerde Jiang Zemin, als toenmalig hoofd van de Chinese Communistische Partij, eigenhandig de vervolgingscampagne tegen Falun Gong en overheerste alle andere bestuursleden van het Politbureau.

De vervolging heeft geleid tot de dood van vele Falun Gong beoefenaars in de afgelopen 16 jaar. Erg veel van hen zijn gefolterd voor hun geloof en zelfs vermoord voor hun organen. Jiang Zemin is direct verantwoordelijk voor het aanzwengelen en doorzetten van deze wrede vervolging.

Onder zijn persoonlijk toezicht, bracht de Chinese Communistische Partij op 10 juni 1999 een extralegale veiligheidsdienst tot stand, het 610 bureau. Deze organisatie bezit meer autoriteit dan gewone politiemachten en het juridische systeem in het uitvoeren van Jiang zijn vervolgingscampagne tegen Falun Gong:  “vernietig hun reputatie, snijdt hun financiële bronnen af en maak hen fysiek kapot.”

De Chinese wet maakt het nu mogelijk voor burgers om eisers in strafzaken te worden, en veel Falun Gong beoefenaars zijn nu dat recht aan het uitoefenen om strafrechtelijke klachten in te dienen tegen de voormalige dictator.