Nieuws over Falun Dafa en de Mensenrechtensituatie in China
Falun Dafa Informatiecentrum

Chinese Officier van Justitie geeft toe: “er bestaan geen wetten tegen Falun Gong”

25-03-2017

In een recente rechtszitting in het zuidwesten van China verklaarde een officier van justitie indirect, dat hij geen wettelijke basis voor de vervolgingscampagne tegen Falun Gong kon vinden. Een hoogst ongebruikelijke verklaring gezien de bijna twee decennia lange officieel geleide beweging tot criminalisering en brutaal aanvallen van Falun Gong beoefenaars.

De zaak van Zhang Jun

Op 23 december werden Falun Gong beoefenaar Zhang Jun en zijn advocaat voor de rechter gedaagd bij de Ba'nan rechtbank in Chongqing. Zhang werd op 24 mei gearresteerd voor het praten met anderen over Falun Gong en de vervolging ervan in China.

Nadat Zhang's advocaat, uit Chongqing, een krachtig verdedigingsbetoog hield en zijn vraagtekens uitte bij de zaak tegen zijn cliënt, zei de officier van justitie: "We hebben geen bewijs dat aantoont dat Falun Gong een 'ketterse religie' is noch hebben we wetten of statuten gevonden waarin dit is vastgelegd." Hierbij gebruikte ze het label in dat in het leven geroepen werd door de CCP in oktober 1999, vier maanden na de start van de landelijke vervolging.

De verklaring van de officier van justitie is belangrijk omdat het lijkt op de eerste erkenning in een officieel forum, dat de 17-jaar durende campagne tegen Falun Gong beoefenaars illegaal is. Het Chinese juridische orgaan vervolgt beoefenaars op grond van artikel 300 van het Chinese strafrecht: "Met gebruikmaking van een ketterse religie om de uitvoering van de wet te ondermijnen"

Illegaliteit toepassing wetsartikel 300

Chinese advocaten die Falun Gong beoefenaars vertegenwoordigen in de rechtbank zeggen dat artikel 300 te vaag is en zelfs ongrondwettelijk. Jarenlang hebben zij de legaliteit ervan aangevochten als kern van hun defensiestrategie (lees hier meer over hoe Chinese en internationale wetten geschonden worden in de vervolging).

Bijvoorbeeld, in het geval van Zhang Jun, gebruikte de officier van justitie computer geheugenkaarten en flash drives, thuis in beslag genomen, als belastend bewijsmateriaal.

Zhang's advocaat voerde aan dat digitale opslagmedia niet als bewijs kan worden gebruikt volgens de Chinese wet, omdat de inhoud ervan gemakkelijk kan worden veranderd. Hij voerde ook aan dat Falun Gong materialen die de mensen "vragen om welwillend te zijn, en de feiten over de vervolging blootstellen" in het voordeel van de samenleving is en dat dit "belastend bewijsmateriaal", bewijst dat Zhang niet schuldig is.

"De erkenning van de officier van justitie dat er geen juridische basis is om Falun Gong als een'ketterse religie' te bestempelen, betekent dat hij nu geen kan gebruik kan maken van artikel 300 om meneer Zhang ermee te beschuldigen." Zo vertelde Yiyang Xia, directeur van onderzoek en beleid van de Human Rights Law Foundation, een rechtspraktijk in Washington DC, die juridische klachten tegen tal van Chinese ambtenaren heeft aangevoerd voor misdaden tegen de menselijkheid.

"De officier van justitie, heeft met de vermelde feiten bewezen dat de vervolging niet in overeenstemming is met de beginselen van de rechtsstaat, maar een politieke campagne, hetgeen Falun Gong beoefenaars al beweren sinds de vervolging begon," voegde hij toe.

Xia zei dat de officier van justitie waarschijnlijk sprak op persoonlijke titel, wat nog geen bewijs van een verschuiving in het officiële beleid inhoudt.

Handelen om niet verantwoordelijk gehouden te worden

Xie Weidong , een voormalige rechter van het Chinese Hooggerechtshof die nu in Canada woont, is van mening dat de officier van justitie handelde vanuit zijn geweten, maar ook uit zelfbehoud, gezien het feit dat het beleid van Xi Jinping wettelijke hervormingen toepast om ambtenaren in de rechterlijke macht om verantwoording te vragen voor foutief beoordeelde zaken. De campagne tegen Falun Gong is altijd zeer politiek geweest. Als deze campagne op een dag stopt, riskeren ambtenaren hun functionele aansprakelijkheid.

Xie merkt op dat juridische functionarissen in China nu soms beginnen te procederen met vermelding van "onvoldoende bewijs" in Falun Gong gevallen, als een middel om deze zaken niet verder hoeven te behandelen. En omdat de ambtenaren van de openbare veiligheid geen wettelijke basis hebben om aangifte te doen, worden Falun Gong beoefenaars uiteindelijk vrij gelaten, zei Xie.

Dit patroon werd herkend in een recent rapport van Minghui. Het beschrijft een aantal van dergelijke gevallen in 2016.

Yu Wensheng, een in Beijing gevestigde mensenrechtenadvocaat die veel Falun Gong zaken heeft behandeld, zei dat sommige Chinese juridische functionarissen Falun Gong en de wettelijke grondslag ervan in China nu beter begrijpen nadat ze voor een langere periode de "niet schuldig" verdedigingsuitspraken van Chinese advocaten en hun juridische uitleg hebben gehoord. Dus sommige ambtenaren handelen vaak vanuit hun geweten en hebben gunstige uitspraken in Falun Gong zaken gedaan, zei Yu.

Maar het handjevol positieve zaken is geen indicatie dat het Chinese communistische regime de onderdrukking van Falun Gong heeft versoepeld, zei Yu , verwijzend naar het aantal massa-arrestaties in de afgelopen jaren. Recent nog op 7 december  heeft de politie in de oostelijke stad Tianjin bijna 20 beoefenaars gearessteerd.

Inderdaad, Falun Gong beoefenaar Zhang Jun's beproeving is nog niet voorbij, ondanks de ongebruikelijke opmerkingen van de openbare aanklager.

De rechter verdaagde de zitting van 23 december, de tweede sinds de arrestatie van Zhang' zonder hem vrij te spreken. Zhang wordt gevangen gehouden in Ba'nan District detentiecentrum en wacht op een beslissing die hem vrij pleit of in de gevangenis laat belanden.