Nieuws over Falun Dafa en de Mensenrechtensituatie in China
Falun Dafa Informatiecentrum

Zoon vertelt over de dood van zijn moeder twee weken na haar arrestatie

Zijn vader wordt nog steeds vastgehouden

19-11-2017

Mevr. Yu Baofang overleed op 17 juli 2017 -  twee weken nadat ze samen met haar man en haar zoon door de Chinese politie werden aangehouden omdat ze Falun Gong beoefenaars zijn. Hier is hun verhaal, verteld door haar zoon, de heer Wang Yu.

Arrestatie en huiszoeking

Een groep agenten brak ons huis binnen op 4 juli 2017. De agenten bevalen mij, mijn ouders en een andere Falun Gong-beoefenaar, die op bezoek was bij ons, om op de bank in de woonkamer te gaan  zitten, en ze begonnen ons huis te doorzoeken.

Geen van de agenten toonden ons hun politie-badge of een fatsoenlijk huiszoekingsbevel. Toen ik ze vertelde dat het niet volgens de wet was om op deze wijze ons huis te doorzoeken, luisterden ze niet en bleven ze doorzoeken en maakten een grote puinhoopp.

Met elektrische knuppels in hun handen dwongen de twee bewapende agenten ons in de boeien. Toen mijn vader en ik ons probeerden te verzetten, drukten ze me op de grond en sloegen mij in de boeien terwijl ik op mijn buik lag. Zij deden hetzelfde met mijn vader. Allebei hadden we erg veel pijn in onze polsen.

Toen de politie ons naar het politiebureau gebracht had, bleven er een paar agenten bij ons thuis om door te gaan met de huiszoeking.

Ondervraging

Alle vier werden we apart vastgehouden in het politiebureau. Mijn vader en ik werden beiden vastgeketend aan een stoel in verschillende kamers. Mijn moeder en de andere beoefenaar werden vastgehouden in een metalen kooi.

We bleven in arrestatie gedurende de nacht en de politie begon me te ondervragen toen ik me slaperig begon te voelen. Eén agent greep me bij mijn haar en trok mijn hoofd naar achteren toen ik weigerde hun vragen te beantwoorden. Ik had moeite met ademhalen. Twee agenten trapten ook op mijn voeten en probeerden me te dwingen om te praten.

Zij hebben me een tweede keer ondervraagd nadat ik naar het detentiecentrum was overgebracht. Ze manipuleerden het ondervragingsrapport en dwongen mij om te ondertekenen.

Overgebracht naar het detentiecentrum

In de namiddag volgend op onze arrestaties gaf de politie ons alle vier uiteindelijk een stuk brood en een fles water.
Kort daarna werden we naar het tweede detentiecentrum in An’shan gebracht voor lichamelijk onderzoek. Mijn vader bleef daar en mijn moeder werd overgebracht naar het An'shan detentiecentrum voor vrouwen. Ik en de andere beoefenaar werden naar het An'shan detentiecentrum gebracht. Ik kreeg 15 dagen detentie.

Terwijl we werden vastgehouden, stelde de politie een detentie-verslag op voor mijn ouders en gaf het aan mijn tante. Toen mijn tante een verslag voor mij vroeg, vertelde de politie haar: "We hebben er geen." Het personeel van het detentiecentrum stond mijn tante ook niet toe mij te bezoeken.

De plotselinge dood van mijn moeder

In de namiddag van 17 juli vertelde een agente mij dat mijn moeder naar het ziekenhuis was gestuurd. De agente vroeg om contactgegevens van de familie dus ik gaf haar het telefoonnummer van mijn tante. Daarna ging ze weg.

Na een tijdje brachten drie andere agenten me naar het Changda ziekenhuis in An'shan.

Daar zag ik mijn moeder op een bed liggen op de intensive care afdeling. Haar gezicht was grijs en een buis van het beademingapparaat was verbonden met haar nek.

Een dokter zei tegen mij: "Het hart van je moeder is gestopt, en haar pupillen vergroten." De dokter opende mijn moeders ogen en liet me haar vergrote pupillen zien.

Ik wilde langer blijven. Ik wilde haar handen vasthouden. Dit zou mijn laatste kans zijn geweest om haar handen vast te houden, maar de politie liet het niet toe. Ze hebben mij met geweld uit de kamer gezet. Ik bleef er slechts een paar minuten.
Buiten de kamer vroeg ik de dokter wat er met mijn moeder was gebeurd. Ze zei dat mijn moeder die ochtend naar het ziekenhuis was overgebracht. Haar toestand werd plotseling kritisch omstreeks 02:50 en ze werd naar de intensive care eenheid gestuurd.

Het medisch personeel trachtte ongeveer 40 minuten lang om haar in leven te houden, maar ze is omstreeks 03:30 overleden. Ik vroeg de dokter wat de dood van mijn moeder had veroorzaakt. Ze zei dat ze het niet wist en ze kon me alleen vertellen dat ze stierf na een hartstilstand.

Nadat ik teruggekeerd was naar het detentiecentrum, vroeg ik of ik mijn vader kon zien.

Tijdens de ontmoeting met mijn vader zei de politieagent die de leiding had over mijn moeders zaak, dat mijn moeder aan diabetes is overleden. We hadden hier beiden onze bedenkingen bij. Als mijn moeder ernstige gezondheidsproblemen had, waarom zou het detentiecentrum haar dan hebben toegelaten zonder iets te zeggen? Waarom hadden ze ons slechts een uur na haar dood op de hoogte gebracht en niet voor of tijdens haar spoedbehandeling?

We vroegen om de video van mijn moeder tijdens haar aanhouding te zien. De politie liet ons alleen de beelden van de eerste twee dagen en de laatste twee dagen in het detentiecentrum zien. We weten niets van wat er tussen die dagen met haar gebeurt is.

Kort na de ontmoeting met mijn vader werd ik vrijgelaten.

Terugkomst in een geplunderd en gebroken thuis

Ik kwam alleen thuis en trof de voordeur vernield aan en het slot ontbrak. De deur was vergrendeld en ik kon het niet openen.

Ik belde mijn tante om hulp. Ze vond een slotenmaker om het slot te repareren en de deur te openen.

We kwamen de woonkamer binnen en troffen er een puinhoop aan. De politie had veel meegenomen. De sofa was ingesneden en de bedden waren omvergeworpen. Ze hadden onze sleutels en ons geld meegenomen, inclusief hetgeen in mijn vaders broek stak en in mijn moeders handtas.

Een erg slechte geur vulde het huis. Ik ontdekte dat de politie onze koelkast had ontkoppeld en de deur open had laten staan. Al het eten was bedorven; er kropen maden op het eten en op de vloer.