Nieuws over Falun Dafa en de Mensenrechtensituatie in China
Falun Dafa Informatiecentrum

Aanloop naar de vervolging

Hier kunt u alles lezen over de aanloop naar de vervolging van Falun Gong die ingezet werd door het communistische regime.

1996
Eerste tekenen
van Onderdrukking

Terwijl de populariteit van Falun Gong snel groeit, worden de eerste tekenen van staatsonderdrukking zichtbaar. Kort nadat Zhuan Falun als bestseller wordt genoteerd, wordt bij verordening op 24 juli 1996 het drukken van Falun Gong boeken verboden. Deze verordening kwam van het Chinese Persbureau, dat onder het Ministerie van Propaganda valt. Het document beschuldigt Falun Gong van het “verspreiden van bijgeloof”.
Het eerste grote artikel in de Chinese staatsgecontroleerde media dat Falun Gong bekritiseert, verschijnt in het Guangming Dagblad op 17 juni 1996.

1997

Het Publieke Veiligheidsbureau leidt een onderzoek om te bepalen of Falun Gong bestempeld zou kunnen worden als een “kwaadaardige sekte”, maar het onderzoek komt tot de conclusie “geen bewijsmateriaal” gevonden te hebben.

21 juli 1998

Het hoofdbureau van het Ministerie van Binnenlandse Veiligheid geeft op 21 juli 1998 Document nummer 555 uit, getiteld: “Berichtgeving van het onderzoek naar Falun Gong”. Dit document bestempelt Falun Gong als een afvallige sekte. Het Ministerie begint een reeks onderzoeken naar mogelijk bewijs dat deze conclusie moet onderbouwen. Middelen die ingezet worden zijn het aftappen van telefoonlijnen, het monitoren van vrijwilligers, het plunderen van huizen en het confisqueren van persoonlijke bezittingen. Ook vinden er verschillende vormen van onwettige hindering door politie eenheden plaats, waaronder het verstoren van publieke ochtend-oefeningen in parken met waterkanonnen en de sluiting van sommige oefenplaatsen. Sommige huizen worden geplunderd.

Tweede helft van 1998

Na een stroom van bezorgde brieven ontvangen te hebben, begint Qiao Shi, die net een termijn als Voorzitter van het Staande Comité van het Nationale Volkscongres gediend heeft, zijn eigen onderzoek samen met andere seniore leden van het Congres naar de beschuldigingen van Document nr. 555. Na maanden van onderzoek concluderen ze dat: “Falun Gong honderden voordelen biedt voor het Chinese volk en natie en dat het niet in het minste kwaad doet.”

Het Nationale Sportcomité van China zet een eigen onderzoek in naar Falun Gong. De hoofdonderzoeker verklaart op 20 oktober 1998: “Wij zijn ervan overtuigd dat de oefeningen en het effect van Falun Gong uitstekend zijn. Het heeft een buitengewoon aandeel gehad in het verbeteren van de moraal en stabiliteit van de samenleving.”

December 1998

Een studie uitgevoerd door het Nationale Sportcomité van China wijst uit dat meer dan 70 miljoen mensen Falun Gong beoefenen in China.

Winter 1998-1999

De aanvallen op Falun Gong escaleren in de Chinese staatsmedia, terwijl er tegelijkertijd positieve rapporten uitkomen. Dit lijkt interne verdeeldheid te weerspiegelen binnen de top van de CCP. Falun Gong reageert op de kritiek met het bezoeken van lokale uitgevers en televisiestations in Beijing, Tianjin, Guangzhou en andere grotere steden om uit leggen wat Falun Gong is en te vragen om een nauwkeurigere verslaggeving.

14 februari 1999

Een vertegenwoordiger van het Nationale Sportcomité van China zei in een interview met het U.S. News & World Report dat wel 100 miljoen mensen Falun Gong beoefenen. De vertegenwoordiger benadrukt de kosten die in de gezondheidszorg van China bespaard worden en verklaart dat “Minister-president Zhu Rongji daar erg blij mee is.”

April 1999
Zhongnanhai

He Zuoxiu, een prominente marxistische atheïst, bekritiseert Falun Gong en qigong in het algemeen heftig in het Tianjin universiteitstijdschrift. Lokale Falun Gong beoefenaars komen samen in Tianjin met het verzoek aan het tijdschrift het schadelijke artikel te rectificeren.

Hoewel de samenkomst vreedzaam verloopt, wordt er op 23 en 24 april de oproerpolitie heen gestuurd en worden 45 Falun Gong beoefenaars gearresteerd en sommigen geslagen. Falun Gong beoefenaars gaan naar de autoriteiten van Tianjin en vragen om degenen die gearresteerd zijn vrij te laten. Er wordt hen verteld dat de orders van Beijing kwamen en dat ze daar heen moeten gaan als ze beroep willen aantekenen.

Een dag later, op 25 april 1999, verzamelen zich meer dan 10.000 Falun Gong beoefenaars buiten het Centrale Klachtenbureau van de Staatsraad, aangrenzend aan het Zhongnanhai kwartier in Beijing, centrum van het politieke leiderschap. Dit om hun verontrusting te uiten over de arrestaties en mishandelingen van 45 beoefenaars de dag daarvoor in Tianjin. Ze vragen om hun vrijlating en om opheffing van het verbod op de publicatie van Falun Gong boeken en om het recht op beoefening van Falun Gong zonder interferentie van de overheid.

De bijeenkomst verloopt opmerkelijk vreedzaam en ordelijk, in tegenstelling tot wat later beweerd werd door de Chinese autoriteiten.

Minister-President Zhu Rongji ontmoet vertegenwoordigers van Falun Gong en tegen het einde van de dag worden de arrestanten vrijgelaten en gaat de samenkomst ordelijk uiteen.

Binnen enkele uren verzet communistische partijleider Jiang Zemin zich echter tegen de gematigde opstelling van Zhu Rongji en stelt dat: "de Partij zwak is als ze Falun Gong niet kan verslaan".

26 april 1999

Een artikel van AP (Associated Press) stelt dat Falun Gong in aantal deelnemers in China “groter is dan de Communistische Partij, en wel tenminste 70 miljoen, volgens het Nationale Sportcomité.” De volgende dag noemen twee New York Times’ artikelen ook het getal 70 miljoen en melden dat Falun Gong “zelfs volgens schattingen van de Chinese overheid meer leden heeft dan de Communistische Partij zelf.”

Vanaf de samenkomst van 25 april tot midden juli melden Falun Gong beoefenaars uit heel China dat ze lastiggevallen en ondervraagd worden door politiemannen in burger. De Partij verzamelt lijsten van beoefenaars en treft definitieve voorbereidingen voor een totaal verbod.

10 juni 1999
6-10 Bureau

Op bevel van Jiang Zemin wordt het 6-10 Bureau opgericht. Het bureau heeft als doel het plannen, organiseren, en uitvoeren van de gehele onderdrukking van Falun Gong. Jiang verleent het 6-10 Bureau gezag over alle plaatselijke politie organisaties, overheden en gerechtshoven. Het 6-10 Bureau wordt daarmee het primaire middel om Falun Gong beoefenaars te arresteren, te martelen en te doden.

Juli 1999
Verbod en
massa-arrestaties

Op 20 juli 1999 begint de politie in heel China met arrestaties van mensen waarvan ze denken dat ze belangrijke Falun Gong contactpersonen zijn en plundert hun huizen.

Op 22 juli 1999 wordt Falun Gong officieel verboden. Na het verbod begint een grootschalige media-campagne. Radio, televisie en kranten zijn gevuld met anti Falun Gong propaganda. Busjes met megafoons rijden door de straten en universiteitscampussen om mensen te waarschuwen, dat het beoefenen van Falun Gong voortaan onwettig is. Onder de bepalingen van het verbod valt, dat protesteren tegen het verbod ook verboden is. (link naar rapport)

Grootschalige arrestaties volgen en gaan gepaard met plunderingen, ontvoeringen en de confiscatie van Falun Gong- materialen. Een nationale anti-Falun Gong propagandacampagne wordt gelanceerd.

De vervolging tot op heden vindt u bij de overige informatie op deze website.