Misleiding van de MassaHoe de Chinese Communistische Partij de Chineestalige media-agentschappen in de Verenigde Staten stuurt

22-11-2009 Propaganda

Als u Chinese collega’s, vrienden of klasgenoten heeft, is de kans groot dat ze u verteld hebben dat er niemand gestorven is op het Tiananmen Plein in 1989, of misschien hebben ze u verteld dat de onderdrukking in Tibet een door Westerse journalisten verzonnen leugen is, en dat de Dalai Lama een verraderlijke terrorist is. En u kan met stomheid geslagen zijn over hoe mensen die in een land leven waar informatie vrijelijk stroomt op zo’n tragische wijze misleid kunnen worden.

Tenslotte kwamen vele van de etnische Chinezen die in het buitenland leven vermoedelijk om te genieten van de vrijheden die ze in China niet hebben. Dus waarom lijken zij zich, na al die tijd in het buitenland geleefd te hebben, niet bewust van democratische gebruiken, mensenrechten en de rechtsstaat?

Het antwoord is voor een gedeelte terug te vinden in de Chineestalige media, waar de Chinese immigranten nog steeds zwaar afhankelijk van zijn.  Onderzoek wijst uit dat een grote meerderheid van de Chinese Amerikanen – waaronder velen eerste-generatie immigranten zijn – thuis de Chinese taal als hoofdtaal gebruiken. Velen hebben zelfs moeilijkheden met het basis Engels. Met als gevolg dat een groot deel van de overzeese, verspreid wonende Chinesen  leren over Westerse instituties, waarden, en recente gebeurtenissen vanuit Chineestalige bronnen.

Tot in de late jaren 80 werden Chinese kranten die de overzeese Chinese gemeenschappen onderhielden hoofdzakelijk bedeeld vanuit Hong Kong of Taiwan, nationaliteiten die de overgrote meerderheid van de overzeese Chinese bevolking uitmaakten.

Maar midden de jaren 80, en meer zelfs in het kielzog van de massamoord van 1989 op het Tiananmen Plein, begon het te verschuiven. Het Chinese vasteland was in grote getale geëmigreerd naar het Westen, en toch was Peking niet van plan haar merktrouw uit handen te geven.

Eén voor één werden de Chineestalige media in de Verenigde Staten en elders overzees overgenomen door media bestuurd met de steun, fondsen en redactionele inhoud van de Communistische regering van het Vasteland. En net alsof ze nog steeds in China waren, werd het wereldbeeld van de Chinese emigranten gevormd door zulke, door de staat-bestuurde bronnen zoals het Xinhua nieuwsagentschap – door Reporters Zonder Grenzen omschreven als  “ ‘s Werelds grootste propaganda agentschap”.

Rond 2001 ontdekte een rapport van de in Washington DC gelokaliseerde denktank de Jamestown Foundation dat drie van de vier grootste Chinese kranten in de Verenigde Staten bestuurd werden onder de invloed van Peking. De vierde zou spoedig zwichten.

Het rapport beschrijft vier methodes die de pogingen door de Partij karakteriseren in het beïnvloeden van de Chineestalige media in de Verenigde Staten. Eén ervan is door onmiddellijk controle te vestigen over de media entiteiten door volledig eigendomsrecht, zoals in het geval van de China Press, die amper zeven maanden na de Slachtpartij op het Tiananmen Plein van 1989 opgericht werd.

De tweede is door de economische banden van de regering van het vasteland op te vijzelen met media organisaties die zaken hebben in China. Met het risico om belangrijke markten of bronnen in het Vasteland te verliezen, praktiseren deze mediaorganisaties iets dat leidt tot zelf-censuur, dit door inhoud tegen te houden die ongunstig is voor Peking.

De derde methode is het kopen van uitzendtijd of alinearuimte door de Partij van anderzijds onafhankelijke mediaorganisaties, of door gratis, klaar-om-gebruikt-te-worden redactionele inhoud te voorzien, die reeds gescreend werd door Pekingse censuristen.

De vierde methode is door regeringsagenten in te zetten om rechtstreeks voor de media organisaties te werken en hen zo van binnenuit te beïnvloeden.

Vanaf het moment dat het Jamestown Foundation rapport gepubliceerd werd in 2001, verscheen er een andere beïnvloedingsmethode welke noodzakelijk werd door de plotselinge totstandkoming van een andersdenkende Chinese krant met internationale verspreiding. Deze is, intimidatie.

De nieuwskrant, The Epoch Times, werd opgericht in 2000 als een Chineestalige wekelijkse krant. Het distribueert nu dagelijks in vele overzeese markten en beschikt over Engelse en anderstalige edities. Het begon met als hoofddoel een overzicht te bieden over de misbruiken van mensenrechten in China, vooral welke gepleegd werden tegen Falun Gong.

Hoewel de marktvraag  het snel zag groeien tot een algemeen dagblad, bleef de krant  hoogst kritisch ten opzichte van de Chinees Communistische regering. Het was, bijvoorbeeld, de eerste nieuwskrant die verslag gaf over de uitbraak en de cover-up van SARS in China in 2002, terwijl de meeste Partij-getrouwe media de buitenlandse reizigers verzekerden dat het veilig was om het land te bezoeken.

Maar de dapperste uitdaging van de krant op het regime kwam in 2004, toen ze een  hoofdserie publiceerden die zo dik was als een boek waarin de geschiedenis van China’s Communistische Partij gedocumenteerd stond. Deze serie, waarvan er tientallen miljoenen kopieën gedrukt werden, inspireerden een basis beweging in China waarbij mensen publiekelijk afstand namen van alle vroegere toetredingen tot de partij. Meer dan 37 miljoen van zulke afzweringen werden tot nu toe gepubliceerd.
Maar de Epoch Times en haar zuster televisie station New Tang Dynasty (NTDTV) hebben een prijs betaald voor hun onafhankelijkheid.

Consulaire ambtenaren hebben gedreigd om de adverteerders van het bedrijf te schrappen uit hun contracten. In het geval van NTDTV, zo zeggen Reporters Zonder Grenzen, heeft het regime druk gelegd op de satellietdragers om hen niet van netwerk signalen te voorzien.

In Canada lekte er een document uit, afkomstig van de Chinese ambassade, waarin gedetailleerde pogingen om NTDTV van de kabel te weren in stonden beschreven. ‘s Lands grootste kabel maatschappij, Rogers, koos ervoor om negen door de staat-bestuurde Chinese netwerken op te starten terwijl ze tot dusver aan NTDTV voorbij gingen. Dit ondanks dat de Canadese televisie watchdog die beslist had dat inhoud die uitgezonden werd door één van de door de staat-bestuurde netwerken haat of zelfs geweld zou kunnen oproepen tegen Falun Gong.

En zo gaat het verder. Zowel de NTDV als de Epoch Times-kantoren werden aangevallen door vandalen; stafmedewerkers ontvingen op voorhand opgenomen dreigtelefoons en hun autobanden werden doorgesneden; en beide media ontvingen verboden pakketjes die gevuld waren met wit poeder. Sommigen droegen slogans van de Communistische Partij en/of bespotten Falun Gong.

Nadat de Epoch Times een verhaal uitbracht waarin ze de voormalige vrouw van een Chinese chirurg quoteerden die zei dat het Communistisch regime gevangengenomen Falun Gong beoefenaars vermoord hadden voor hun organen, werden er tijdens een tijdspanne van slechts zeven weken in zeven kantoren van de Epoch Times wereldwijd ingebroken.

Op het Chinese Vasteland hing het succes van de campagne tegen Falun Gong af – net zoals het geval was in Nazi Duitsland, Rwanda en elders - van de mogelijkheid van het regime om aanhangers als een “andere” af te beelden, zowel verachtelijk als bedreigend, en dus geen enkele sympathie waardig.
Dit werd verwezenlijkt door de door de staat-bestuurde media, welke Falun Gong beoefenaars portretteerden als “anti-China”, “kwaadaardig”, of niet-menselijk, soms werd er naar hen verwezen als “ratten”, of erger.

In vele kringen op het Chinese Vasteland heeft het mediaoffensief die zich tegen Falun Gong kantte gewerkt, waardoor gewone burgers omgevormd werden tot gewillige informanten en collaborateurs, en politiemannen, leraren, medische professionals en anderen gebruikt werden om te assisteren in de onderdrukking door de staat.

Oorspronkelijk Engels artikel: http://www.faluninfo.net/article/725/?cid=109

ONDERNEEM ACTIE

In Focus

Voor meer informatie neem contact op met
het Falun Dafa Informatiecentrum

+31 (0)6-46767319 (Peter Houben)
of via het contact formular