Militaire officier beschrijft de jarenlange vervolging die hij onderging (deel 1)

25-05-2013 Ooggetuigen

(Minghui.org) Yang Xingfu, een militaire officier uit de militaire regio van Nanjing, werd herhaaldelijk vervolgd voor zijn geloof in Falun Gong. Recent werd hij veroordeeld tot drie jaar dwangarbeid door het Nanjing militaire gerechtshof en werd hij vastgehouden in het werkkamp van Nanjing regio. Zijn verhaal werd op 6 juni 2012 gepubliceerd op de Minghui website. Hieronder beschrijft hij in eigen woorden en details zijn verhaal.

Mijn naam is Yang Xingfu en ik ben een senior militaire officier die zich meldt aan de divisie culturele zaken van Nanjing militaire regio. Eind juli 1996 had ik het geluk dat ik met de beoefening van Falun Gong kon beginnen en hierdoor verbeterde mijn fysieke en mentale gezondheid enorm. Nadat het Communistische regime Falun Gong begon te vervolgen in juli 1999, werd ik tweemaal gearresteerd door het militaire divisie 610 Bureau en tweemaal naar een dwangarbeidskamp gestuurd. Ik werd in totaal vier jaar gevangen gehouden.

Op 9 juli 2000 werd ik gevolgd door geheime agenten en illegaal gearresteerd terwijl ik brochures uitdeelde en samen met twee anderen de feiten van de vervolging vertelde aan mensen. Het gevolg hiervan was dat ik van senior kolonel naar kolonel daalde, een lagere rang, en ik werd uit de Communistische partij gezet. Terwijl ik naar een werkkamp gestuurd werd, werd mijn loon opgeschort en al mijn arbeidsvoorwaarden werden mij afgenomen. In oktober 2002 werd ik onder dwang vervroegd met pensioen gestuurd op de leeftijd van 52 jaar.

Plotseling gearresteerd

Op 9 juli 2000 om 15.00 uur maakte ik verscheidene honderden kopieën van brochures met informatie over de vervolging en vroeg aan een familielid om ze te af te leveren aan het huis van een andere Falun Gong beoefenaar. Veiligheidsagenten van Nanjing hadden de telefoon van deze persoon afgeluisterd en hadden een hinderlaag voorbereid.

Om 16 uur vonden ze de brochures in het huis en brachten ze mij en het familielid die de brochures geleverd hadden, naar een onbekende plaats. De agenten deden de gordijnen van de auto dicht en we waren niet toegestaan om naar buiten te kijken.

Ondervraging door staatsveiligheidsagenten

Om ongeveer 17.00 uur reden de staatsveiligheidsagenten een binnenplaats op, sloten de ijzeren poorten en duwden me een trap omhoog. Nadat we een kamer binnen gegaan waren deden ze de gordijnen dicht en installeerden een aantal videocamera’s. Daarna kwamen twee hoofdondervragers en twee mensen die alles opnamen binnen. Ik had nog nooit zoiets gezien en het was erg angstaanjagend.

Ik vertelde hen alleen mijn naam, werkplaats en functie. Dit werd onmiddellijk gerapporteerd aan Jisong, de politiek hulpcommissaris. Om ca 18.00 uur arriveerden politiek commissaris Yang Dehao van mijn voormalige werkplaats en enkele senioren-ambtenaren. Nochtans weigerden de agenten hen mij te zien en gingen ze verder met de ondervragingen.

Hoe erg ze mij ook bedreigden en verbaal mishandelden, ik weigerde iets te vertellen. Dit ging door tot 2.00 uur in de nacht en pas daarna lieten ze de ambtenaren van mijn voormalige werkplaats bij mij komen. De agenten zeiden tegen hen: “Hij is de meest koppige persoon die we ooit gezien hebben. Neem hem mee en leer hem een lesje!”

Agenten uit de militaire regio proberen mij te intimideren

Ik vroeg of ik naar huis mocht gaan maar het was niet toegestaan. De ambtenaren van mijn voormalige werkplaats sloten me op in een kamer met ijzeren ramen en ik werd in de gaten gehouden door twee ambtenaren en twee soldaten. Om 8.00 uur werd ik overgebracht naar een nog meer beveiligde kamer. De ijzeren poorten waren gesloten met paddensloten en twee soldaten met geweren bewaakten mij.

Door bevelen van bovenaf werd alle informatie over mijn situatie door de militaire divisie Culturele Zaken geblokkeerd, zodat het niet kon uitlekken en zodat mijn familieleden mij niet konden komen bezoeken. Ik was afgesneden van de buitenwereld.

Op 11 juli om 8.00 uur brachten twee soldaten me naar een vergaderingsruimte. Twaalf senioren-ambtenaren waren aanwezig en ik zat in het midden van de kamer. Cao Boru, onderdirecteur van de afdeling defensie, Song Hongxi, officier van de veiligheidsdivisie en Wang Weizhong van het militaire 610 Bureau zaten tegenover hem. Cao vroeg me waar ik de brochures vandaan had. Ik legde uit dat dit materiaal zeer voordelige informatie inhield en dat ze het zelf eens aandachtig zouden moeten lezen. Wat ze ook zeiden, ik weigerde mee te werken.

Op 12 juli om 9.00 uur brachten politiek commissaris Yang Dehao van mijn voormalige werkplaats, en nog een andere senior-ambtenaar me naar een andere vergaderingsruimte. Wang Changgui, afdeling politieke zaken en Song Hongxi gingen zitten en ik begon uitleg te geven over de vervolging aan Wang. Ik vroeg hem of hij de brochures die ik gekopieerd had eens wilde lezen.

In het begin luisterde Wang naar mij, maar hoe langer ik bleef weigeren te vertellen wat hij wilde horen, des te meer raakte hij geïrriteerd. Hij begon geleidelijk aan ongeremd op me te vloeken. Uiteindelijk dreunde hij met zijn vuist op tafel, vernietigde de kopjes die er op stonden en stormde in woede de kamer uit.

Op 12 juli rond de middag gingen een groep agenten van het 610 Bureau met inbegrip van Song Hongxi, onder leiding van Zhao Yongsheng, hoofdassistent van de divisie culturele zaken naar mijn huis en doorzochten het. Ze namen Dafa boeken mee, brochures en andere persoonlijke dingen. Ze waren niet in het bezit van een huiszoekingsbevel noch toonden ze me een lijst van dingen die ze in beslag namen.

Om 14.00 uur namen twee soldaten me mee naar een conferentieruimte. Liu Yongzhi van de afdeling politieke zaken, secretaris Zhu Fuxi, Cao Boru en andere ambtenaren zaten al in de kamer. Liu was razend vanwege mijn stilzwijgen en ik werd weer terug naar de kamer met de ijzeren ramen gebracht.

Om 18.00 uur arriveerde een politieauto. Cao las hardop de beslissing om mij vast te zetten en gooide mij in de boeien, waardoor mijn polsen begonnen te bloeden. Onder begeleiding van twee soldaten werd ik naar het militaire detentiecentrum van Nanjing gebracht. Later werden door het militaire 610 Bureau notities verspreid waarop Dafa en Meester belastert werden en ze werden verspreid op alle niveaus van de autoriteiten in de militaire regio. Ze verzonnen ook beschuldigingen tegen mij en droegen de militairen op een onderzoek uit te voeren naar Falun Gong beoefenaars in de organisatie.

Nadat ik vastgezet werd, belden vele vrienden, leger officieren, ambtenaren uit de regering, professoren, geleerden en journalisten naar mijn werkplaats en uitten hun bezorgdheid over mij. Ze getuigden ook over mijn onschuld.

Vastgehouden gedurende 28 dagen in het militaire detentiecentrum

Op dat moment was ik de enige beoefenaar die in de militaire regio vastgehouden werd. Op 13 juli om 8.00 uur kreeg ik het bevel van een soldaat in dienst, die onder bevel stond van Pan Bing, wethandhavend kapitein van de militaire gevangenis, dat ik het gevangenis reglement uit m’n hoofd moest leren. Ik zei dat ik dat niet wilde doen. Pan Bing gaf toen het bevel aan mijn medegevangenen in mijn cel om de regels aan mij te reciteren. Ik reageerde: “Ik heb niets misdaan, daarom is het niet nodig dat ik mezelf onderwerp aan gevangenis regels.”

Pan gaf het bevel aan een soldaat om me op mijn hoofd te laten staan. Ik verzette mij hevig. Ik werd toen gedwongen om met mijn gezicht tegen de muur te gaan staan en opnieuw verzette ik me hevig. Later gaf de soldaat me het bevel om wakker te blijven, maar ik negeerde hem. Ik vertelde de waarheid over Falun Gong aan de soldaat. Soms, wanneer Pan mij kwam inspecteren, hielp de soldaat me.

Nadat ik enkele dagen met hen had doorgebracht, begrepen mijn medegevangenen in mijn cel de waarheid van de vervolging van Dafa. Telkens wanneer ik een moeilijke situatie tegen kwam, kreeg ik van hen hulp.

In de morgen van 8 juli kwamen de politiek commissaris Yang Dehao en een ambtenaar mij bezoeken in het detentiecentrum. Ze zeiden me dat als ik toe gaf dat ik verkeerd was, ik niet naar een werkkamp hoefde te gaan. Ik antwoordde: “Ik heb geen enkele wet overtreden door Falun Gong te beoefenen noch is het verkeerd van mij om de waarheid over de vervolging te vertellen aan mensen. De geschiedenis zal uiteindelijk alles getuigen. Het goede zal beloond worden en het slechte zal te maken krijgen met vergelding.” Een week later kwam er een andere hoog geplaatste ambtenaar naar me toe en herhaalde zowat letterlijk wat zijn voorgangers hadden gezegd.

Op 2 augustus bracht Cao Boru agent Wang Weizhong van het 610 Bureau mee om mij te ondervragen. Opnieuw wilden ze weten waar ik de brochures gekopieerd had. Ik zweeg en zij berispten mij. Ik beantwoorde geen enkele vraag die ze mij stelden. Na mij te berispen, gingen ze weg.

Op 6 augustus kwam Qu Wen, hoofd van de afdeling defensie mij ondervragen. Hij deed zich zeer minnelijk voor en na veel vriendelijke woorden bracht hij het onderwerp naar boven van waar ik de brochures zou hebben laten kopiëren. Hij zei, “Zolang je me verteld waar je de brochures liet maken en enige verbetering toont in je houding, zul je binnen de twee dagen thuis zijn.” Ik vertelde hem de feiten van Falun Gong, de voordelen ik ervaren had gedurende mijn beoefening en de ervaringen van mijn medebeoefenaars. Hij had niets meer te zeggen in het aanzien van de waarheid. Teleurgesteld ging hij weg.

In de namiddag van 12 augustus kwam Cao Boru en twaalf ambtenaren van de afdeling politieke zaken naar het detentiecentrum. Ze lazen de beslissing hardop aan mij voor dat ik voor drie jaar veroordeeld werd tot dwangarbeid en bekritiseerden me voor het beledigen van de Nanjing militaire regio. Die nacht stuurden ze het vonnis naar mijn huis.

In het dwangarbeidskamp

In die tijd was ik de enige Falun Gong beoefenaar die bloot gesteld werd aan dwangarbeid in het Nanjing militaire werkkamp. Qie Liangfang was directeur en hoofd van het werkkamp en was ongeveer 35 jaar oud. Zodra ik aankwam zei hij streng: “Je moet de regels gehoorzamen, luister naar mij en je leven zal zeer aangenaam zijn, anders zal het zeer zwaar voor je worden.”

Gedurende acht maanden werd ik onder strikte behandeling geplaatst. Omdat ik weigerde afspraken te aanvaarden, de gevangenisregels van buiten te leren etc., werd ik door zeven tot acht mensen op de voet in de gaten gehouden. Ik moest alles wat ik deed aan hen melden en ik moest voor alles toestemming vragen voordat ik iets mocht, inclusief drinken, enz.

Telkens wanneer ik naar het toilet ging werd ik vergezeld door een groep mensen. Ik was niet toegestaan om mij verder dan vijf meter van het divisiehoofd te begeven, en ik mocht niet verder dan acht meter van eender wie gaan. Ik werd blootgesteld aan allerlei soorten van fysieke straffen.

Zeven dagen later deed de werkkamp directeur een speciale mededeling: “Het hoofd van de strikte behandelingsdivisie heeft zijn werk erg verantwoordelijk uitgevoerd en heeft heel goede resultaten geleverd. Daarom zal zijn termijn met één maand verminderd worden.” Op het einde van dat jaar werd Qie Lianfang beloond door zijn meerderen.

Op 12 juli 2002 werd ik vrijgelaten nog voor mijn termijn voorbij was. Maar het regime bleef mij vervolgen. Qie Lianfang was overgeplaatst van directeur van het werkkamp naar de afdeling politieke zaken. Het werd zijn taak om mij in de gaten te houden.
Voor de tweede keer illegaal gearresteerd.

In de nacht van 19 december 2004 bracht agent Yang Zhouchao van het 610 Bureau verschillende soldaten mee naar mijn huis om een huiszoeking uit te voeren. Ze namen mijn computer in beslag en namen mij mee naar bureau Culturele Zaken voor ondervraging. Wat ze ook probeerden te weten te komen, ik weigerde elke medewerking. In de vroege uurtjes van 20 december stuurde Yang Zhouchao een ambtenaar en een soldaat om mij in de gaten te houden. Die nacht sneeuwde het erg hard buiten en ik zat de hele nacht in de conferentieruimte.

Op 20 december om 17.00 uur werd ik toegestaan naar huis te gaan nadat ik duidelijk voor mijn vrijlating pleitte. Maar het bevel luidde dat ik hoe dan ook de stad Nanjing niet mocht verlaten. Agenten van het 610 Bureau begonnen mij te volgen en elke beweging die ik maakte werd in de gaten gehouden. Uiteindelijk kreeg ik mijn computer terug op nieuwjaarsavond 2005.

De vervolging waar ik aan blootgesteld werd in het Zhenjiang hersenspoelcentrum

Op 4 januari 2005 werd ik door Zong Guiming, hoofd van het Bureau Culturele Zaken, samen met enkele soldaten gearresteerd en werd ik naar het Zhenjiang hersenspoelcentrum gebracht.

Op 20 januari om 14.00 uur kwamen Wang Weizhong van het militaire 610 Bureau, een rechter van het militaire gerechtshof en de onderdirecteur van het militaire protectoraat naar Zhenjiang. Ze probeerden druk uit te oefenen zodat ik het beoefenen van Falun Gong zou opgeven, maar ik bleef zwijgen ongeacht hoe hard Wang tegen me schreeuwde en me mishandelde.

In de namiddag van 22 januari bracht Wang mensen naar mijn kamer om er ijzeren ramen en deuren te installeren. Hij stuurde ook nog twee soldaten voor bewaking.

Op de 23ste om14.00 uur bracht Zhang Bing, onderdirecteur van de militaire defensie afdeling, directeur Wang van het militaire 610 Bureau en een procuraat officier van de algemene politieke procuraat afdeling mee, om mij te ondervragen. Wang Weizhong nam notities terwijl Zhang Bing en Yang Zhouchao wachtten in de hoek van de kamer. De rest was niet toegestaan om erbij te zijn.

Ik zweeg zoals altijd. Wang Weizhong viel me aan en gebruikte vuile taal. Daarna begon Zhang Bing me te vernederen, uit te schelden en op me te vloeken. Deze mishandelingen gingen verder tot 16.00 uur en toen gingen ze terug naar Nanjing. Gedurende de hele tijd dat ik mishandeld werd zei ik geen woord.

Op 28 januari om 13.00 uur zei Wang Xibing dat hij me mee terug naar Nanjing zou nemen. Hij reed naar Nanjing maar reed de stad niet binnen. In de plaats daarvan nam hij me mee naar het militaire werkkamp waar ik voordien al twee en een half jaar vastgezeten had.

Deel 2 van dit verhaal is te lezen op: http://en.minghui.org/html/articles/2013/3/30/138675.html (Engels)

Bron http://en.minghui.org/html/articles/2013/3/27/138643.html

ONDERNEEM ACTIE

In Focus

Voor meer informatie neem contact op met
het Falun Dafa Informatiecentrum

+31 (0)6-46767319 (Peter Houben)
of via het contact formular