Falun Gong vervolging breidt zich uit naar Canada

20-03-2004 TEST

Ottawa doet weinig om de campagne van Chinese afgezanten te verhinderen

John Turley-Ewart, National Post, 20 maart 2004

Chinese leiders kwamen begin maart in het stadhuis van Beijing bijeen om aan de 1,2 biljoen burgers twee belangrijke boodschappen mee te delen.

  1. Ten eerste, het gevecht tegen de corruptie in de regering, dat de greep van de Communistische partij op de macht verzwakt, zal worden verdubbeld.
  2. Ten tweede, Beijings’ leiders zullen Falun Gong, een spirituele beweging die in 1992 ontstond en dat vandaag voor de Chinese leiders is wat de Joden waren voor het voor-oorlogse Nazi-Duitsland, blijven uitroeien: een geschikte zondebok om het falen en de onveiligheid van de staat en de regering uit te leggen.

Vanaf het moment dat Falun Gong in 1999 door Jiang Zemin, de voormalige president, buiten de wet werd gesteld, voert China tegen haar beoefenaars een vastberaden campagne waarvan het congres van de V.S. zegt dat “het uitgevoerd wordt door regeringsambtenaren en politie op alle mogelijke niveau’s en binnengedrongen is in elk segment van de Chinese gemeenschap.” Falun Gong is niet enkel in China een doelwit, er is eveneens een propaganda campagne gaande in Canada, iets waar de Canadese veiligheidsdienst jaren geleden Ottawa al voor gewaarschuwd heeft. De campagne wordt door China’s diplomatieke ambtenaren en mensen uit het Chinese consulaat gevoerd, waarbij zij de hulp krijgen van een deel van de Canadees Chinese media, die ongeveer één miljoen etnische Chinezen ten dienste zijn. 

Er was nauwelijks een week voorbij, na de aanslag op 11-09-2001, of de Canadees Chinese krant Sing Tao Daily, ten dele in het bezit van TorStar, die de Toronto Star publiceert, een provocerend artikel publiceerde, getiteld “Radicale religies zijn voor het vernietigen van de wereld”, waarbij Beijing, die Falun Gong gelijkstelt met de “Branch Davidians, de Amerikaanse groep geïndoctrineerd door David Koresh in Waco, Texas tot het tot een confrontatie leidde met de politie in 1993, waarbij 86 mensen om het leven kwamen waaronder 17 kinderen, wordt geïmiteerd. Les Presses Chinoises in Quebec publiceerde een reeks van artikelen tussen november 2001 en februari 2002, waarin Falun Gong als een “duivelse cultus” en als een “vijand van de staat” werd afgeschilderd en ondanks dat het gerecht van Quebec de krant beval hier een einde aan te maken, gelijkaardige artikelen toch bleef publiceren.

In augustus 2002 vond de Canadese televisie raad dat een Chinees televisiestation in Vancouver, Talentvision, vier artikelen van de ethische code van de Canadese uitzenders vereniging evenals de journalistieke ethiek heeft overtreden door anti Falun Gong propaganda, geproduceerd door de door Beijing gecontroleerde media, opnieuw uit te zenden.

Een recenter voorbeeld van deze campagne toont dat Pan Xinchun, de Chinese consul in Toronto, schuldig werd gevonden door het gerecht van Ontario, wegens smaad aan Joel Chipkar, een Canadese Falun Gong beoefenaar, in een brief aan de Toronto Star. In de brief zei Pan dat  Chipkar lid was van een “sinistere cultus” en erop uit is “haat te verspreiden”.  

Keith Landy, voorzitter van het Canadees Joods Congres, gelooft dat als “Falun Gong” werd vervangen door “Jood” in de brief die Pan schreef aan de Star “er in de Joodse gemeenschap oproer zou ontstaan”.

Dat een hypergevoelige, politiek correcte Toronto Star Pan’s brief publiceerde, toont aan hoe weinig men begrijpt van de agressieve campagne die de Chinese regering voert tegen Canadezen die Falun Gong beoefenen en over onze regering haar onverschilligheid t.a.v. het verspreiden van haat van China in Canada.

 - - -

In 1992, een onbekende, 40 jaar oude ex-trompettist uit het Noordoosten van China, Li Honghzi, speelde in op een nationalistische trend en stichtte Falun Gong. Toen leek het erop dat het één uit de lange rij Qigong persoonlijke cultivatie systemen was, die de Chinese regering in de jaren ’70 aanmoedigde. De bedoeling hiervan was om de Chinese cultuur en het nationalisme te stimuleren. Qiqong leraars of meesters, zoals ze zichzelf noemen, ontwikkelden oefeningenprogramma’s rond het oude Chinese geloof dat alle leven in het universum bezield is door een essentiële levenskracht of vitale energie “Qi” genaamd. Door het lichaam te oefenen en positieve Qi te verzamelen door meditatie en oefening, werd gezegd dat Qi Gong de gezondheid zou verbeteren en ziektes zou voorkomen.

Falun Gong ontwikkelde zich uit de Qi Gong beweging, maar betrad nieuw terrein door te benadrukken dat spirituele en lichamelijke perfectie niet enkel door oefeningen en meditatie kan worden bereikt. Li argumenteerde dat het verenigd moet worden met een filosofie gegrond in waarheid, mededogen en verdraagzaamheid. Meer als Christelijke Wetenschap in het Westen, benadrukt Li’s leer spirituele heling. Hij zette alles op papier en achtte dit essentieel leesvoer voor mensen die op zoek zijn naar zelf-verbetering.  

Falun Gong verspreidde zich in China. Miljoenen mensen begonnen te oefenen op een ogenblik dat velen wanhopig werden onder de oneerlijke belasting en de corruptie die het land teisterde. Wanneer er in de Chinese media kritiek op hen werd geuit, moedigde hij zijn volgelingen aan om Falun Gong te verdedigen met vreedame protesten.

David Ownby, een professor Chinese geschiedenis aan de universiteit van Montreal en de auteur van een aangekondigd boek over Falun Gong, gelooft dat de protesten door beoefenaars de woede op de hals haalden van Beijing. Wat de zaken erger maakte, was volgens Ownby dat Li er niets voor voelde om de partijlijn te volgen, wat hem verschillend maakte van andere Qi Gong meesters, gesteund door Beijing. In het begin van 1999, verspreidden zich geruchten dat Falun Gong verbannen zou worden. Li en zijn volgelingen reageerden door in april een bijeenkomst te organiseren in Beijing, waar duizenden naartoe kwamen en zo vrees veroorzaakte in de machtsgangen.   

Jiang Zemin, China’s communistische baas op dat moment, werd toen geconfronteerd met een crisis in zijn regering, toen het in de jaren ’90 veranderde van een geïsoleerde Communistische staat naar een die zich richtte op economische groeimarges. Jiang bande Falun Gong en zette Li op de lijst van meest gezochte criminelen van de regering, ondanks protesten vanuit de militaire en Communistische partij, waar velen geloofden dat Falun Gong geen bedreiging vormde voor de publieke orde of voor macht van de regering .    

Li ontvluchtte het land en leeft nu in vrijwillige ballingschap in de staat New York en weigert interviews te geven en communiceert met zijn wereldwijde miljoenen volgelingen die het internet en vertalingen van zijn lezingen gebruiken op het pad naar zelf verwezenlijking. Ownby (die geen lid is van Falun Gong) gelooft dat terwijl sommige van hun overtuigingen excentriek zijn, de groep geen enkele van de klassieke neigingen vertoont van wat, bij gebrek aan een beter woord, dikwijls als een “cultus” omschreven wordt. Li dringt er bij zijn volgelingen erop aan tussen de mensen te blijven en zich niet te isoleren. Hij en zijn volgelingen geloven niet in droombeelden. Van volgelingen van Falun Gong wordt niet gevraagd om geld aan Li te geven en hij bemoeit zich niet met iemands persoonlijk leven. Eigenlijk zou men kunnen zeggen dat het erg geloofwaardig is dat de morele grondslagen van Li’s leer Falun Gong beoefenaars tot meer verantwoordelijke burgers maakt.  

Dat is allesbehalve wat de Chinese regering de Canadezen wil doen geloven over hun medeburgers die Falun Gong beoefenen of over de duizenden die momenteel in werkkampen in China vastzitten en anderen die in gevangenschap gestorven zijn, nadat ze zijn gearresteerd omdat ze Falun Gong beoefenen.

Mei Ping, China’s ambassadeur in Canada, maakte dat duidelijk wanneer we hem enkele jaren geleden ontmoetten. Mei kwam naar de National Post met de bedoeling de deugden van het Communistisch China op te hemelen en de kwaadaardigheid van Falun Gong aan te tonen, en liet een boek achter dat uitlegde hoe Falun Gong mensen tot zelfmoord, moord en waanzin had aangezet, een ongegronde beschuldiging die tot nog toe door geen enkele regering was gedaan over haar eigen burgers die Li’s leringen hebben opgenomen.

China’s diplomaten besteedden ook veel van hun tijd in het overtuigen van Canadese politici om Falun Gong te discrimineren onder de dreiging dat anders de Chinese Canadese handelsrelaties in gevaar zouden komen.

In maart 2003 schreef Chu Guanyou, verantwoordelijke voor Chinese zaken in Canada, naar Jim Peterson, een liberale MP, die nu lid is van Paul Martin’s kabinet, en waarschuwde dat China “de Canadese regering heeft geadviseerd over de gevoeligheid over het onderwerp {Falun Gong} tijdens de totale bilaterale relaties. Ik hoop dat u en uw regering onze positie begrijpt en waakzaam zult zijn bij elke poging die Falun Gong onderneemt om onze bilaterale relaties te ondermijnen.“ De brief was vergezeld van een standaard pakket met anti-Falun Gong propaganda.

Zulke druk valt buiten de bevoegdheid van federale regeringsambtenaren. Ontelbare gelijkaardige brieven werden verzonden naar politici op provinciaal niveau evenals naar gemeenteraadsleden en burgemeesters over heel Canada.

De Toronto gemeenteraad heeft dit aan den lijve ondervonden. Onlangs diende Raadslid Michael Walker een motie in voor een Falun Gong dag en een resolutie waarin aan China gevraagd wordt om een einde te maken aan de vervolging van Falun Gong, maar andere raadsleden waren niet zo vastberaden met de dreiging voor hun ogen dat als de motie zou worden goedgekeurd “het een heel negatief effect zal hebben op de goede uitwisseling en samenwerking.” Buitenlandse Zaken citerende, hield gemeenteraadslid Giorgio Mammoliti de motie tegen en geeft de indruk deze zaak te willen begraven tijdens het proces.

Maar in Augustus 2001 beantwoordde Andy Wells, burgemeester van St. John’s, Nfld., een brief van ambassadeur Mei, waarin hij scherpe kritiek uitte over Falun Gong. Hij vertelde: “Uw vervolging van deze onschuldige groep toont het morele en ethische fiasco van uw regering.”

Binnen de Canadese Chinese gemeenschap, werd Falun Gong dikwijls gemeden en diegenen die zaken deden met de Chinese regering werden gewaarschuwd over het tewerkstellen van Canadezen die Falun Gong beoefenen.

Uit dit conflict is een Ontario mensenrechtencommissiezaak ontsproten. Andie Shih was lid van de Canadese raad van de Kamer van Chinese kruidengeneeskunde, dat in 1988 opgestart werd. Volgens Shih’s verklaringen ingediend aan de commissie, vroeg een collega van de raad hem twee jaar geleden om een diner niet bij te wonen waarop een Chinese delegatie werd verwelkomd en dit wegens zijn relatie met Falun Gong. Wanneer Shih dit voorstel weigerde, werd hij onder druk gezet om zich uit de raad terug te trekken. Hij beweert dat hij eventueel werd ontslagen omwille van het beoefenen van Falun Gong.

In een andere aanklacht aan de Commissie voor de rechten van de Mens van Ontario, vertelt Cathy Liu dat zij iets gelijkaardigs heeft ervaren in het werk onder haar vroegere baas, Bond International College. Liu beweert dat haar vreedzame protesten voor het Chinese consulaat in Toronto, in haar vrije tijd, niet werd aanvaard door de school omdat het consulaat een belangrijke cliënt van hen was. Liu’s zaak werd bemiddeld; De school bood haar geld en excuses aan op voorwaarde dat dit vertrouwelijk bleef. Ze weigerde. 

Ottawa heeft weinig oplossingen aangeboden om de pogingen van China om haat in Canada te verspreiden, tegen te gaan. Pan, die in de Toronto Star een Canadees belasterde, oefent nu druk uit op de Canadese regering om het oordeel over smaad te niet te doen. Maar waarom zit Pan nog steeds in Canada en waarom wordt aan China’s andere diplomaten en consulatenambtenaren toegestaan om propaganda te verspreiden tegen de Canadezen? In Februari 2003 was Irwin Cotler voorzitter van de Canadese Commissie voor de Rechten van de Mens en beschreef hij de vervolging van Falun Gong in China als “ het criminaliseren van onschuld dat zijn uiting vindt in intimidatie, pesterijen, aanhoudingen, detentie, ondervraging onder dwang, marteling, slagen en gevangenschap enkel om trouw te blijven aan de oude Chinese waarden.

Vandaag is Cotler Minister van Justitie en wordt Falun Gong in zijn eigen achtertuin vervolgd.

National Post 2004            - Natonal Post 2004

 

ONDERNEEM ACTIE

In Focus

Voor meer informatie neem contact op met
het Falun Dafa Informatiecentrum

+31 (0)6-46767319 (Peter Houben)
of via het contact formular