15-jarige blijft als wees achter nadat moeder sterft in hechtenisEen vrouw uit Sichuan is de achtste Falun Gong beoefenaar die sterft door mishandeling terwijl ze onrechtmatig werd vastgehouden in een Chinees ziekenhuis

04-06-2008 Familie en kinderen

NEW YORK - Het Falun Dafa informatiecentrum heeft, gebaseerd op de verslagen van haar zoon en die bevestigd worden door bronnen in China zelf, meer over de dood van Falun Gong beoefenaar mevr. Zhou Huimin vernomen. Mevr. Zhou Huimin ging heen in het hospitaal van het district Qingyang in de stad Chengdu van de provincie Sichuan op 15 maart 2008. Ze was 44 jaar oud.

"Nog maar een paar dagen geleden werd ik 15. Ook een paar dagen geleden, is mijn vriendelijke en gezonde moeder gefolterd met de dood tot gevolg", schreef Zhou Hanyang, die de zoon is van mevr. Zhou Huimin, in een recente brief die vorige maand ontvangen werd in het Informatiecentrum. "Gedurende de 198 dagen sinds mijn moeder gearresteerd is, maakten we ons zorgen en vreesden dag en nacht voor haar. Met grote bezorgdheid, herinner ik mij de dagen die ik met haar doorbracht en ik treur om haar."

Volgens bronnen braken politieagenten van de divisie van de staatsveiligheid in het district Chengua van de stad Chengdu, op de avond van 26 september 2007 in mevr. Zhou haar huis binnen en arresteerden haar. Mevr. Zhou werd eerst vastgehouden in het centrum voor hersenspoeling waar ze fysiek werd mishandeld. Op 1 februari 2008 hield ze een hongerstaking om zo te protesteren tegen de onwetmatige vervolging en ze werd vier dagen later naar het ziekenhuis van het district Qingyang gebracht waar ze ziek gemaakt werd en haar gezondheid snel na haar opname in kritieke toestand raakte.

Het verblijf van mevr. Zhou werd alleen bekendgemaakt nadat een neef op 10 maart 2008 naar haar op zoek ging. Familieleden werden niet op de hoogte gebracht bij geen van de relevante autoriteiten voorafgaand aan deze datum. De ambtenaren maakten bekend dat mevr. Zhou stervende was en dat ze in coma was geraakt. Wanneer de neef van mevr. Zhou vroeg om haar vrijlating, werd zijn verzoek naar verluidt geweigerd omwille van de reden dat het provinciale bureau voor staatsveiligheid het niet wou toelaten. In plaats daarvan vertelden de autoriteiten aan haar familielid om zich voor te bereiden en haar begrafenis voor te bereiden, zeggende, "Zelfs als ze sterft, moet ze hier sterven".

"Nadien hoorde ik dat sommige politieagenten zelfs voorstelden om haar vrij te laten, maar het provinciale bureau voor staatsveiligheid zei dat Falun Gong een hoofdmikpunt was nu de Olympische Spelen eraan komen en weigerde haar vrijlating," schrijft de zoon van mevr. Zhou. "Met pijn en verontwaardiging, wil ik zeggen dat ik houd van vrede en hoop dat de CCP de beloften die het ooit gemaakt heeft zal nakomen om de mensenrechten te verbeteren nu ze aan het plannen zijn om gastheer te worden voor de Olympische Spelen, en dat houdt ook in het stoppen met de vervolging van Falun Gong en dat het niet zal moorden in naam van het beschermen van de Olympische Spelen."

De dood van Zhou is de achtste op een rij die heeft plaatsgevonden in het hospitaal van het district Qingyang van de stad Chengdu als gevolg van foltering. Voormalige gevallen tonen een patroon in welk China haar 610 bureau, lokale politie en lokale centra voor gevangenhouding hebben samengewerkt met het hospitaal om de normale werking van het ziekenhuis om te keren. In verschillende gevallen is de beweerde oorzaak van dood de volgende geweest: "Het falen van de werking van de organen wegens hongerstaking."

Voor haar hechtenis, is mevr. Zhou eerder al zes keer gearresteerd geweest sinds 1999 - het jaar dat Falun Gong voor het eerst geband werd in China - en ze werd vastgehouden als gewetensgevangene. Ze werd tijdens drie van deze gevallen gevangen gezet in het gedwongen werkkamp voor vrouwen in Nanmusi in de provincie Sichuan. Gedurende haar illegale gevangenschap werd ze, volgens bronnen die nabij mevr. Zhou waren, onderworpen aan verscheidene vormen van foltering,. Gedurende een bepaalde periode (van 7 tot 19 september 2002) werd ze gefolterd terwijl ze vastgehouden werd in het hospitaal van het district Qingyang. Gedurende 12 uur elke dag werd ze herhaaldelijk op een bedframe vastgebonden met boeien rond de voeten en twee handboeien; een aan haar kuit en een aan haar hand. Gewapende politie en opzieners van het gevangeniscentrum hielden shifts om toe te zien op haar.

Mevr. Zhou ging in totaal acht keer in hongerstaking, om zo voor haar onvoorwaardelijke vrijlating te vragen. Haar langste hongerstaking was 89 dagen, van 2 september 2002 tot 29 november 2002. Door ernstige spierverzwakking en orgaanverschrompeling die als protest werden aangebracht,  won ze uiteindelijk haar vrijlating, maar dit had blijvende gevolgen voor haar gezondheid.



Bron: http://www.faluninfo.net/displayAnArticle.asp?ID=9521

ONDERNEEM ACTIE

In Focus

Voor meer informatie neem contact op met
het Falun Dafa Informatiecentrum

+31 (0)6-46767319 (Peter Houben)
of via het contact formular