VN rapport belicht de vervolging van Falun GongDrie speciale rapporteurs over foltering, vrijheid van geloof en status van mensenrechtenverdedigers in China

Drie speciale rapporteurs dienden hun jaarlijkse onderzoeken en conclusies in bij de Mensenrenrechtenraad van de VN bij haar 13e zitting dit jaar. Zoals in voorgaande jaren maakten de beschuldigingen van zeer ernstige mensenrechtenschendingen door China een significant deel uit van de rapporten. De Mensenrechtenschendingen tegen Falun Gong duren voort.

De drie Speciale rapporteurs zijn: Manfred Nowak, wiens opdracht het is om foltering te onderzoeken; Asma Jahangir, wiens mandaat is vrijheid van religie en geloof; en Margaret Sekaggya, die de status van mensenrechtenverdedigers wereldwijd onderzoekt.

Alle drie tekenden talrijke urgente beroepen aan bij de Chinese regering aangaande Falun Gong beoefenaars, Tibetanen, Christenen en Oeigoeren, of diegenen die trachtten hun mensenrechten en legale rechten te verdedigen.

De vervolging van Chinese advocaten wordt aangehaald in verscheidene rapporten. Sommige van hen werden gevangen gezet omdat ze zaken op zich namen om Falun Gong beoefenaars in China te verdedigen.

Mevr. Sekaggya bijvoorbeeld, stuurde op 31 maart 2009 een dringende verzoeksbrief gezamenlijk met andere Speciale Rapporteurs om informatie te krijgen over Wei Liangyue, directeur van een advocatenkantoor in Harbin, en zijn vrouw, Du Yongjing. Gedurende meer dan 20 jaar van zijn rechtspraktijk heeft dhr. Wei rechtshulp verleend aan lokale bevolking die mensenrechtenschendingen ondergingen, inclusief Falun Gong beoefenaars die vastgehouden worden voor hun geloof. Mevr. Sekaggya zei dat dhr. Wei en mevr. Du werden vastgehouden door de autoriteiten, en niet toegestaan werden een advocaat in te huren om hen te vertegenwoordigen of hun zaak openlijk te bespreken. Er wordt gevreesd dat ze psychologisch en lichamelijk mishandeld zijn in gevangenschap.

Een andere mensenrechtenadvocaat, Zhang Kai, werd met "handboeien aan opgehangen in een ijzeren kooi," en zijn collega die ook Falun Gong beoefenaars verdedigde werd "in het gezicht geslagen door een politieagent." Tijdens hun ondervraging werden ze beiden bedreigd en gedwongen geen Falun Gong beoefenaars meer te verdedigen, schreef mevr. Sekaggya.

Dhr. Nowak gaf een gelijksoortige zorgwekkende beschrijving van het geweld dat onschuldigen aangedaan wordt door Chinese veiligheidsmachten, onder andere "16 Falun Gong beoefenaars die stierven aan verwondingen die naar verluidt verkregen werden tijdens gevangenschap in China." Dhr. Nowak vroeg om een verklaring voor die doden, samen met andere gevallen van lastigvallen, slaan en foltering.

Gevallen omvatten die van dhr. Zhou Xiangyan, die tot 9 jaar gevangenis veroordeeld werd in mei 2003 waar hij "op wrede wijze werd gefolterd", voor het weigeren om zijn geloof in Falun Gong op te geven (naar verluidt werd hem gezegd dat hij zijn geloof op moest geven voordat hij in aanmerking zou komen voor medische behandeling). Dhr. Wang Yonghang, een voormalig advocaat uit Dalian in de provincie Liaoning, werd ernstig geslagen, hetgeen resulteerde in een gebroken rechterenkel. Anderen werden gefolterd tot een kritieke toestand toe, in eenzame opsluiting gestopt voor maanden achtereen, of naar dwangarbeidskampen gestuurd voor jaren omwille van hun vreedzaam geloof in Falun Gong en gerelateerde activiteiten.

Mevr. Jahangir, een Speciale Rapporteur voor vrijheid van religie en geloof, had te maken met veel van dezelfde zaken en verwees naar sommige zelfde zaken als dhr. Nowak en mevr. Sekaggya. De beschuldigingen die mevr. Jahangir toekende aan de CCP omvatten ook informatie gerelateerd aan de 16 Falun Gong beoefenaars die stierven aan verwondingen in gevangenschap.

"Hoewel de omstandigheden waaronder de dood plaatsvond verschillen, waren alle slachtoffers Falun Gong beoefenaars en ze stierven allemaal onder toezicht van de wetshandhavende officieren of kort na hun vrijlating uit gevangenschap," merkte mevr. Jahangir op. "De zorg is uitgedrukt dat de arrestaties en dood van deze individuen uitsluitend verbonden is aan hun activiteiten als Falun Gong beoefenaars."

De reactie van de Chinese regering op zulke rapporten is dat ze ze gewoonlijk negeren of zelfs ontkennen.

De rapporten van de Speciale Rapporteurs van de VN behoren tot de hoogst aangeschreven documenten ten aanzien van de status van mensenrechten in de landen in kwestie. Haar jaarrapporten gebaseerd op beschuldigingen die ontvangen werden en onderzoeken in het vorige jaar, samen met de reactie van de regering van het desbetreffende land genereren vaak een verhit debat tijdens sessies van de VN

De rapporten zijn hier in te zien: http://www.falunhr.org/index.php?option=content&task=view&id=1813&Itemid=0

Falun Gong Human Rights Working Group
www.falunhr.org

ONDERNEEM ACTIE

In Focus

Voor meer informatie neem contact op met
het Falun Dafa Informatiecentrum

+31 (0)6-46767319 (Peter Houben)
of via het contact formular