Merkkleding gemaakt in vrouwengevangenis van Shandong voor export

09-09-2012 Dwangarbeid

(Minghui.org) Door een correspondent uit de provincie Shandong. Onder de covernaam “Xing-Ye Development Co. Ltd. van de provincie Shandong” heeft deze vrouwengevangenis een aantal contracten getekend om zaken te doen. Voordat het werd verplaatst naar de huidige locatie, had de gevangenis negen gevangenisafdelingen waar gevangenen als slaven moesten werken.

Afdeling 6 was voor gevangenen van 60 jaar en ouder evenals degenen met lichamelijke problemen of invaliditeiten, en de werklast was minder zwaar dan in andere afdelingen. Maar elke gevangene moest toch nog elke dag de vereiste quota behalen. Zelfs degenen met mentale stoornissen en fysiek gehandicapten werden naar het werk gedragen. Elke dag trokken sommige gevangenen karren voort waar ouderen en gehandicapten in zaten. Deze mensen werden op deze manier naar de werkplaats gebracht. Afdeling 2 maakte speelgoed en afdeling 7 was een pakafdeling.

De afdelingen 1, 3, 4, 5, en 8 van de gevangenis maakten kleren. Met als doel de productiviteit te maximaliseren en nog meer winsten op te strijken, stelden de gevangenisleiders competitieve quota’s op. Zij zetten bepaalde doelstellingen op voor de bewakers die verband hielden met hun bonussen en hun promoties. Zelfs de vermindering van gevangenisstraffen en vrijlating op borgtocht werden allemaal gelinkt aan deze vereiste quota. Dit zorgde voor enorme spanningen en competities tussen de onderlinge gevangenisafdelingen. Met name de werklast en de druk om te produceren escaleerden. Vanwege angst voor de bezorgdheid van de maatschappij en voor internationale druk tegen slavenwerk in gevangenissen, deed de vrouwengevangenis enkele concessies. Voorheen, moesten de gevangenen 18 uren per dag werken, en soms moesten ze 24 uren per dag werken. Tegenwoordig hebben ze de werkuren tot 10 uur per dag gereduceerd, maar vertelden aan de buitenwereld dat het slechts 8 uren waren. In tegenstelling van het verminderen van het aantal werkuren, werden de productievereisten feitelijk verhoogd door de leiding van de gevangenis. De gevangenisbewakers gebruikten verschillende manieren om een verhoogde output te verkrijgen. Ze zetten groepsleiders (gevangenen die iets te zeggen hadden) onder druk, gebruikten beloningen en bestraffingen, dienden slagen toe en verwondingen evenals mondelinge schuttingtaal. Ze verkortten de pauzes en maaltijden. Sommige bewakers dwongen gevangenen in het geheim over te werken.

De gevangenisautoriteiten wezen politie agenten aan om meer contracten binnen te halen. De meeste contracten kwamen van internationale handelsbedrijven en eerste-keus kledingleveranciers. Grote aantallen kleding en speelgoed werden ge-exporteerd naar de VS, Japan, Zuid Korea, Rusland, Duitsland evenals andere landen. Een aantal producten met merknamen, zoals bijvoorbeeld ‘ Pierre Cardin’, werden gemaakt in deze gevangenissen. Als de buitenlandse handelscontracten aan de lage kant waren, aanvaardden de gevangenissen ook binnenlandse contracten, met inbegrip van militaire uniformen, politie uniformen evenals andere handelswaar.

Ik herinner me zeker drie merknamen die grote bestellingen geplaatst hadden. De ene is ABC kinderkleding. Het ABC bedrijf was in 1983 gesticht in Taiwan en is een bekend merk in China.

Een andere merknaam is ‘Charles River Apparel’ sportkleding. De etiketten tonen duidelijk“Export naar de VS”. Het logo is hierbij getoond.


De gevangenis maakte ook een massale productie van winterkleding met het merk ‘Han-Si’. Het logo is hier getoond.

Het dwangarbeidskamp Wangcun in Zibo, provincie Shandong, is ook een plaats waar handelswaar massaal geproduceerd wordt met gebruik van slavenarbeiders. Het werkkamp Wancun werd gebouwd in 2004 met als doel voornamelijk vrouwelijke Falun Gong beoefenaars in de provincie Shandong te vervolgen. Verscheidene duizenden beoefenaars van 20 tot en met 60 jaar zijn daar gevangen geweest, gemarteld en onder druk gezet om slavenarbeid te doen. Op piekmomenten werden daar meer dan 600 beoefenaars vastgehouden. Het maandelijks vastgelegde voedselbudget voor iedere gevangene was nauwelijks 150 yuan, en toch moesten ze zeer zwaar werk leveren zonder enige vorm van vergoeding.

Beoefenaars werden onderworpen aan vele ronden van hersenspoelmethodes. Elke nieuwe beoefenaar die daar aankwam, werd dag en nacht door medegevangenen gecontroleerd en opgesloten in een isolatiecel. De beoefenaar moest de cel gebruiken als slaapkamer, eetkamer en toilet. Beoefenaars die weigerden hun geloof op te geven, werden slachtoffer van extreme bestraffingen: ze werden geslagen, vervloekt, opgehangen, mochten niet gebruik maken van het toilet, en werden van slaap onthouden.

Nadat de beoefenaars gedwongen waren om getuigenissen te tekenen om hun geloof op te geven, werden ze gebruikt als slaven. De werktijden liepen van 5.00 uur ‘s morgens tot en met 22.30 uur ‘s avonds. Er werd hen opgedragen om Communistische “rode liederen” te zingen en wekelijkse verslagen te schrijven over hun dagelijkse ervaringen. In deze verslagen werd hen gedwongen om de stichter van Falun Gong af te zweren en daarmee ook hun beoefening. Zelfs oudere vrouwen die analfabeet waren, moesten hun opzegging verwoorden en anderen schreven dit dan op.

De producten die werden gemaakt in het werkkamp Wangcun, varieerden van gordijnen, glazen kralen, gebreide mouwloze shirts, handtassen, dekbedden, speelgoed, kerstbomen, gepelde knoflook en potlood pakketten. Zij moesten ook andere vormen van handarbeid verrichten zoals etikettering, verpakkingen, het wassen van glaswerk, vazen en het wikkelen van elektrische spoelen. Het werkkamp Wangcun nam ook contracten aan van kledingmaatschappijen die gelokaliseerd waren in Weiqiao, provincie Shandong.

Bron: http://en.minghui.org/html/articles/2012/8/7/134837.html

ONDERNEEM ACTIE

In Focus

Voor meer informatie neem contact op met
het Falun Dafa Informatiecentrum

+31 (0)6-46767319 (Peter Houben)
of via het contact formular