Door een Minghui.org correspondent uit Hubei, Chin. Dhr. Cao Jingyu uit Wuhan, Hubei werd tot 7 jaar gevangenisstraf veroordeeld omdat hij Falun Gong beoefende. Zijn gezondheid werd ernstig geschaad in de gevangenis. Na zijn vrijlating bleven agenten van het 610 Bureau hem thuis lastigvallen. Zijn gezondheid ging verder achteruit. Dhr. Cao stierf op 22 september 2013, op de leeftijd van 40 jaar.
Overzicht:
Naam: Cao Jingyu (曹靖宇)
Geslacht: Man
Leeftijd: 40
Adres: 717 Jiefang., Qiaokou District, Wuhan, provincie Hubei
Beroep: onbekend
Datum van overlijden: 22 september 2013
Laatste arrestatie: maart 2003
Laatst vastgehouden: Sihui gevangenis (广东四会监狱)
Stad: Sihui
Provincie: Guangdong
Geleden vervolging: Onwettige veroordeling, gevangenisstraf, slaaponthouding, dwangarbeid, hersenspoeling, slagen, verbod het toilet te gebruiken.
Dhr. Cao werd geboren op 6 augustus 1973 en studeerde af aan de Marine-universiteit voor Ingenieurs. Hij begon eind 1998 Falun Gong te beoefenen. Zeven maanden later, in juli 1999, lanceerde de Chinese Communistische Partij een gewelddadige campagne om de spirituele praktijk uit te roeien.
Dhr. Cao ging in 2000 naar Beijing om beroep te doen op zijn recht om Falun Gong te beoefenen. Hij werd onwettig gearresteerd en zat bijna twee jaar lang vast in het Etouwan hersenspoelcentrum in Wuhan. Hij ontsnapte uiteindelijk uit het hersenspoelcentrum en vertrok naar Guangzhou.
In maart 2003 werd dhr. Cao opnieuw gearresteerd, in Guanghzou. Hij kreeg zeven jaar gevangenisstraf. In 2004 werd hij overgeplaatst naar de Sihui gevangenis in de provincie Guangdong.
Dhr. Cao werd gemarteld en kreeg dwangvoeding tijdens zijn gevangenisstraf. Hij kreeg geen toestemming om zijn dagelijkse benodigdheden te kopen (nvdr: In Chinese gevangenissen moeten de gevangenen hun zeep, tandpasta, enz. kopen in een gevangeniswinkel). Hij moest overdag dwangarbeid verrichten en werd 's nachts fysiek mishandeld.
Hij werd in 2008 overgeplaatst naar de "dwang management" afdeling. De cipiers wezen verschillende gevangenen aan om hem te bewaken en te dwingen zijn geloof in Falun Gong op te geven (nvdr. in ruil voor strafvermindering worden 'zware jongens' vaak ingezet om Falun Gong beoefenaars te breken).
Dhr. Cao werd gedwongen om lange perioden in een militaire houding te staan. Hij werd geslagen, beledigd, vervloekt, werd niet toegestaan te slapen, te eten of naar het toilet te gaan. Zijn ogen werden bespoten met muggenspray, waardoor zijn zicht achteruit ging.
Enkele gevangenen schreven slogans op de grond en op zijn bed die Falun Gong belasterden, en dwongen hem erop te lopen. Wanneer hij weigerde, moest hij 8 dagen lang rechtop staan. Acht gevangenen hielden hem afwisselend in de gaten. Al die tijd mocht hij niet bewegen of slapen, en zijn benen raakten opgezwollen.
Later diagnosticeerde het gevangenisziekenhuis hem met nierfalen en hij had een dikke zwelling op zijn rechterkaak, die voortdurend etterde.
Dhr. Cao werd vrijgelaten op 18 november 2009. Het 610 personeel van het Qiaokou district bleef hem daarna thuis opzoeken en lastigvallen. Het hoofd van het 610 Bureau, Xie Xiaofeng, bedreigde dhr. Cao en zijn moeder.
De mishandelingen in de gevangenis waren funest voor dhr. Cao. Zijn gezondheid kon hij niet meer herwinnen en na zijn vrijlating bleef hij uitgemergeld en ziek.
Dhr. Cao werd op 15 september 2013 naar de Intensieve Care van het Zhongshan Hospitaal in de provincie Hubei gestuurd. De behandeling kon hem niet helpen en hij overleed op 22 september.



