Gedwongen abortus en de vervolging van kinderen

16-05-2005 women

De emotionele band die een moeder heeft met haar kind, hetzij geboren of ongeboren, is een heilige en sterke. In werkkampen in China, wordt deze band niet alleen niet gerespecteerd, maar wordt zelfs gehanteerd als een wapen om zwangere vrouwen of moeders te dwingen hun geloof in Falun Gong op te geven. Slaan van hoogzwangere vrouwen en gedwongen abortussen zijn orde van de dag. Andere gevallen zijn kinderen die aan een trauma overleden zijn, nadat zij hun ouders door politie gefolterd zagen worden.

Bijvoorbeeld, men kan zich de kwelling van Mw. Wang Lixuan niet voorstellen toen de gezaghebbende van het werkkamp haar zoon doodmartelde en ook haar van het leven beroofde.

Omdat het gevangen houden van zwangere vrouwen tegen het reglement van de werkkampen in China is, is het gebruikelijk om gedwongen abortus toe te passen bij zwangere gevangen. In één geval, werd een 8 maanden oude ongeboren baby van een Falun Gong beoefenaarster uit haar baarmoeder getrokken, de baby was bij bewustzijn en huilde, de baby werd weggebracht en werd nooit meer terug gezien. Zwangere vrouwen en kraamvrouwen worden ook gedwongen om zware arbeid te verrichten, vaak resulterend in complicaties bij de zwangerschap en miskraam.

Ook zijn talloze kinderen onbegeleid achtergebleven nadat hun ouders gevangen zijn genomen. Ze wachtten met hun verwanten verlangend op de terugkomst van hun ouders, niet wetend of ze ooit terug naar huis zullen keren. In sommige gevallen worden kinderen alleen achtergelaten en aan hun lot overgelaten, en tientallen zijn wees geworden.

Moeder en acht maanden oude zoon doodgemarteld

Op 21 Oktober, 2000, werden mevrouw. Wang Lixuan en haar zoon van acht maanden, Meng Hao, gearresteerd en gevangen gezet in het Tuanhe werkkamp in Beijing, waar ze doodgemarteld werden op 7 November, 2000. Toen haar familie het overlijdensbericht ontving en in Beijing aankwamen, vonden ze de bevroren lijken van Mw. Wang en haar zoon. Volgens het onderzoek van de lijkschouwer, waren haar nek en knokkels gebroken, was haar schedel ingezakt en stak er een naald vast in haar lichaam.

Er waren twee diepe kneuzingen op de enkels van haar zoon. De kneuzingen zijn mogelijk veroorzaakt doordat de bewakers de enkels van de kleine Meng Hao vast hadden gekluisterd en hem op zijn kop hebben gehangen.

De autoriteiten verklaarden op de overlijdensakte dat de twee zelfmoord hadden gepleegd door van een gebouw af te springen, ondanks dat dit tegenstrijdig was aan hun verwondingen en het rapport van de lijkschouwer.

Familieleden van mevrouw. Wang zijn ook vervolgd. Haar zus, Wang Lihui, werd naar een werkkamp gestuurd simpelweg omdat ze de oefeningen van Falun Gong beoefende op de Yantai Universiteit, en haar broer werd naar een werkkamp gestuurd voor het beoefenen van Falun Gong op het Jinan Industrial College.

Gedwongen abortus van voldragen kinderen

Mevr. Zhang Hanyun, 33, is een inwoonster van Hanzhong Stad in de provincie Shanxi.

In Maart van 2000, werd mevrouw Zhang, omdat ze Falun Gong beoefent, gedwongen een anti-Falun Gong brainwashing klas bij te wonen die gehouden werd door het “610 bureau” in de stad Hanzhong, zelfs al was ze zwanger en verwachtte ze haar baby snel. Om vervolging te voorkomen hield mevrouw Zhang zich schuil bij een gezin van haar familie. Haar vader was de eigenaar van een aannemersbedrijf. In opdracht van stafleden van het “610-bureau” in de stad Hanzhong, sloot het bestuurskantoor in Beiguan de bouwplaatsen van de vader en broer van mevrouw Zhang in een poging hen te dwingen mevrouw Zhang aan hun uit te leveren. Ook ketenden ze de echtgenoot van mevrouw Zhang aan de brug over de rivier Jialing om hem te vernederen.

Uiteindelijk, werd mevrouw Zhang gearresteerd en naar een hersenspoelingklas gestuurd. Toen het personeel van het “610-bureau” in Hanzhong zich realiseerde dat ze spoedig zou bevallen, namen ze, ten einde om haar gevangen te houden in de brainwashing klas, haar mee naar het ziekenhuis, waar ze onderworpen werd aan gedwongen abortus van een voldragen kind door middel van uitweiding en verwijdering. Deze huiveringwekkende procedure is moeilijk voor te stellen.

Miskramen ten gevolge van zware arbeid en slechte condities in gevangenisfaciliteiten.

Mevrouw Dou Jianhua is een 28-jarige kleuterschoolonderwijzeres uit de stad Mishan in de provincie Heilongjiang. In Juni van 2000, ging ze voor de tweede keer naar Beijing om bij de overheid te appelleren tegen de vervolging van Falun Gong. Na onder geleide terug naar Mishan te zijn gebracht, werd ze naar de gevangenis gestuurd in de Gemeente Lianzhushan door het Nongken Politiedepartement in Mudanjiang. Alle Falun Gong beoefenaars in die gevangenis werden gedwongen zware arbeid te verrichten. In het bijzonder nadat ze hadden vernomen dat mevrouw Dou zwanger was, dwongen de leidinggevenden van het werkkamp haar om zware bakstenen te verplaatsen, wat resulteerde in een hevige bloeding en een miskraam.

 -     -    -

Mevrouw Jiang Zhongle is een werknemer bij de Bloedbank in de stad Hengyang in de provincie Hunan. Ze was zwanger terwijl ze bij drugsverslaafden en drugsdealers vastgehouden werd in de gevangenis in Henyang. Haar man diende toen in het leger. In Februari 2000, had ze een miskraam in de gevangenis en leed aan hevige bloedingen. Haar werkplek haalde haar weg toen ze tussen leven en dood hing. Er werd haar een boete van 15.000 Yuan opgelegd en er werd 3.000 Yuan van haar salaris ingehouden.

Meer gedwongen abortussen van voldragen kinderen

Mevrouw Liu Qiuhong, 39, en werknemer van Zhong Ce Medicine Inc., is een Falun Gong beoefenaar uit Yantai in de provincie Shandong. De politie arresteerde haar thuis toen ze al meer dan 8 maanden zwanger was, en dwongen haar toen abortus te ondergaan. Toen het kind naar buiten gedwongen werd, leefde het nog en kon huilen, het werd weggebracht, en niemand weet waar het nu is en of het nog levend is of niet. De politie onthield Liu van tijd om te herstellen na de gedwongen abortus. Ze werd gevangen genomen in het Fenghuatai Bureau voor een maand van hersenspoeling, toen werd ze illegaal naar een werkkamp gestuurd.

 _  _  _

Mevrouw Wang Shaona komt uit Shekou, Shenzhen, in de provincie Guandong. Zij en haar echtgenoot, Dhr. Li Weijun, werden gearresteerd in Februari 2000 toen ze onderweg waren naar Beijing om te appelleren. Dhr. Li werd naar het Shekou Detentiehuis gestuurd. Mevrouw Wang was 6 maanden zwanger, ten einde haar in hechtenis te houden, pleegde de politie abortus op haar foetus.

 _  _  _

Vijf beoefenaars uit Guilin in de provincie Guangxi: Lin Jiangjin, Wei Yuemei, Li Xioaying, Li Xiuliang, and Ou Yang – werden op 13 Juli, 2000, gearresteerd wegens het gezamenlijk beoefenen van Falun Gong oefeningen. Omdat ze allen weigerden de “verklaringen van berouw en erkenning” te ondertekenen, werden ze gevangen genomen in het tweede huis van bewaring in Guilin. Mevrouw Ou Yang werd toegestaan naar huis te gaan omdat ze zwanger was, maar alleen nadat ze een boete van 10.000 Yuan had betaald. De politie dwong haar later abortus te ondergaan, aanvoerend dat ze geen vergunning had om het leven te schenken.

Misbruik van zwangere vrouwen en kraamvrouwen

Mw. Liang Mei (pseudoniem) is een 28-jarige Falun Gong beoefenaarster uit de provincie Sichuan wie nog steeds borstvoeding aan haar baby gaf toen ze opgesloten werd in de lokale Agronomie School tezamen met verscheidene andere beoefenaars. Als een onderdeel van de marteling, grepen verscheidene politiemannen haar armen en benen, tilde haar op in de lucht en gooide haar herhaaldelijk op de grond

De politie vertelde Mw. Liang: "We werden door top(beambten) gezegd dat we niet hoeven te billijken met beoefenaars van Falun Gong. We hoeven ons niet te bekommeren over de wetten en legale procedures, we kunnen doen met je wat we willen."

Ze negeerden haar smeekbedes dat ze thuis een jonge baby had die nog steeds borstvoeding nodig had. Deze keer werd ze met haar armen achter haar rug om een boom geketend. Haar mond was dichtgeplakt met tape. Het hemd en de broek van Mw. Liang waren nat van haar melk terwijl de baby thuis verhongerde. Na verloop van tijd, begonnen haar handen, achterwaarts geboeid om de boom, op te zwellen, en werd de pijn vreselijk. Ze dacht aan haar arme dochter die thuis lag te verhongeren, en vroeg zich af hoe ze dit kon overleven. Ze vroeg nogmaals om vrijlating maar haar verzoek werd genegeerd.

 _  _  _

In Februari, 2000, namen politieagenten me terug naar de stad Linhe nadat ik geappelleerd had in Beijing voor een einde aan de vervolging van Falun Gong. Ze ondervroegen me één voor één gedurende de hele nacht, en toen sloegen de drie mij de een na de ander. Eén politieagent genaamd Yang sloeg me meer dan twaalf keer in mijn gezicht. Ze kluisterden me vast en stuurden me naar het Vrouwen Werkkamp in Huhhot zonder enige legale procedure. Ze hielden me daar vast van 19 Februari tot 30 Juli, 2000. Rond 10 Juli tijdens het verrichten van zware arbeid, voelde ik een hevige pijn in mijn buik. Een onderzoek wees uit dat ik al een paar maanden zwanger was. Ik heb ontzettend geleden gedurende die tijd. De negen van ons moesten per dag 30 tonnen kool lossen. Ik laadde en loste koeienmest en ploegde de grond. Als er geen werk op het land was, moest ik per dag meer dan 10.000 paar eetstokjes inpakken. In het werkkamp ging ik door met het beoefenen van de Falun Gong oefeningen. Elke morgen was ik gehandboeid aan de trapleuning en werd elke dag gedwongen gedurende lange tijd gehurkt te zitten. Omdat ik de oefeningen van Falun Gong beoefende, schokte Gezagvoerder Liu van team nummer 3 mij met een elektrische knuppel. Later gaf de plaatsvervangende Gezagvoerder Hong het bevel dat ik met mijn handen opgehangen moest worden zonder dat mijn voeten de grond konden raken. Na twee uur te hebben gehangen, werden mijn armen zwart, koud, en verdoofd. Laten hingen ze me daar gedurende een hele dag op. Wetend dat ik zwanger was, lieten ze me nog steeds niet toe te vertrekken. Ze hielden me daar met mijn handen geboeid voor meer dan tien dagen vast voordat ze me naar huis stuurden.

Het Politiebureau in Linhe gaf het bevel abortus te plegen toen ik al acht maanden zwanger was. Gelukkigerwijs, slaagde de gedwongen abortus niet. Kort nadat ik gebaard had, kwam de politie en vroeg mij naar mijn brief van berouw. Als ik niet zou gehoorzamen, dan zouden ze me een boete opleggen van 30.000 Yuan. Ik had het geld niet, dus dreigden ze mijn huis in te nemen. Toen mijn kind drie maanden oud was, stuurden ze vijf of zes politieagenten naar mijn huis om me elke dag lastig te vallen. Ik had het recht om vrij te leven verloren en ik was 24 uur per dag onder toezicht.. Ik moest mijn huis verlaten en werd dakloos…

- verslag van een anonieme Falun Gong beoefenaarster

 _  _  _

Mevrouw Zhuo Jing is een inwoner van Beijing. Omdat ze een Falun Gong beoefenaarster is, braken verscheidene politieagenten in burger van het politiebureau in Beijing in bij haar thuis en arresteerden haar. Mevrouw Zhou weigerde met hun mee te gaan. In weerwil van haar zwangerschap, boeide een sterke politieagent haar armen achter haar rug, duwde haar op de grond, en sleurde haar de kamer uit. De politie scheurden haar kleren, en lieten haar lichaam onbedekt. Haar ogen, knieën en benen liepen verwonding op terwijl ze over de cementen vloer werd gesleept.

_  _  _

Mevrouw Liang Peiying woont in de stad Shiyan, in de provincie Hubei. Op een middag in het midden van Oktober, 2000, toen ze thuis borstvoeding gaf aan haar 7-maanden oude dochter, werd ze gearresteerd door twee politieagenten van het Sanyan Politiebureau in Shiyan Stad. Alhoewel het illegaal is een vrouw op te sluiten die een kind heeft van minder dan een jaar oud, namen ze haar naar het politiebureau en gaven haar hevig slaag. Toen de echtgenoot van mevrouw Liang kwam om haar te zien, deed de politie hem handboeien om en hingen hem met zijn handboeien aan het raamkozijn, alhoewel hij geen Falun Gong beoefenaar is. Ze sloegen ook hem op wrede wijze. Toen boeide ze de handen van mevrouw Liang achter haar rug en lieten haar de hele nacht op de vloer zitten. Haar 7-maanden oude dochter werd onthouden van borstvoeding en huilde zo hard dat zij schor werd en bijna haar stem verloor. Later werd mevrouw Liang vrijgelaten.

Op 14 December, 2000, braken, Gao Donghui, de chef van het Sanyan Politiebureau, en politieman Cai Xiaojun, in het huis van mevrouw Liang en arresteerden haar weer. In het politiebureau ketende ze haar achter haar rug, met één arm over haar schouder en de andere achter haar middel. De marteling wordt “een zwaard op de rug dragen” genoemd. Met haar handen nog steeds in deze verwrongen houding, duwden ze Mw. Liang op de vloer, met haar gezicht opwaarts. Politieman Cui Ke, schopte met zijn leren laarzen tegen haar hele lichaam van haar gezicht tot aan haar benen. Mw. Liang verloor ogenblikkelijk de controle over haar blaas en haar darmen ten gevolge van deze aanval. Toen hingen ze haar met handboeien op aan het raamkozijn.

Op 15 December, werd ze naar het Eerste Huis van Bewaring van Shiyan gestuurd. Tien dagen later, toen politieman Cai haar kwam ondervragen, deed hij de deur van de ondervragingskamer dicht en sloeg haar wederom op wrede wijze. Om de arrestatie van een vrouw met een kind van minder dan een jaar oud te verbergen, veranderde het Sanyan Politiebureau haar documenten, de datum van de arrestatie van Mw. Liang werd verandert van 15 December naar 17 Februari, 2001, één dag na de eerste verjaardag van haar dochter. Om deze verzinsels kracht bij te zetten, werd mevrouw Liang op 15 Januari, 2001, overgeplaatst van het detentiehuis naar een buitenliggend station, en op 17 Februari, 2001, weer terug geplaatst.

Heb ik ook mijn moeder verloren?

Zou Rongfa werd geboren in november 1999. In die tijd, werd haar vader, Dhr. Zou Songtao, vastgehouden in een gevangenis omdat hij naar Beijing was geweest om te appelleren voor Falun Gong. Dhr. Zou werd niet vrijgelaten voor het einde van December 1999. Hij werd naar het Werkkamp in Qingdao gestuurd in juli 2000, en later overgeplaatst naar het Wangcun Werkkamp in Zibo eind september 2000. In de ochtend van 3 november, 2000, schokten politiemannen hem met elektrische knuppels, en vermoorden hem binnen twee uur.

Rongfa verloor haar vader toen ze slechts een jaar oud was. Na de dood van Dhr. Zou bleef de politie de moeder van Rongfa lastig vallen en intensief gadeslaan. In Februari 2002, arresteerde de politie mevrouw Zhang en sloten haar op in de gevangenis in Dashan. De politie weigerde informatie over haar en haar familie vrij te geven. Rongfa werd aldus gescheiden van haar moeder, en moest bij haar grootmoeder verblijven, die al over de 60 jaar oud was. Haar grootmoeder werd echter ziek en overleed in Augustus, 2001, na haar schoonzoon verloren te hebben en te zijn gescheiden van haar dochter.

Rongfa heeft haar vader verloren, haar moeder en haar grootmoeder, de drie mensen van wie ze het meest hield.

Huang Yin, leeftijd 3 jaar

De ouders van Huang Yin waren Falun Gong beoefenaars. Haar moeder, Luo Zhixiang, werd doodgemarteld op 29-jarige leeftijd, terwijl ze zwanger was van een tweede kind, in het Huangpu Drugsrehabilitatie Centrum in Guangzhuo Stad. De vader van Huang Yin, die illegaal vast werd gehouden in een werkkamp, is dakloos geworden ten einde te voorkomen wederom gevangen te worden genomen en verdere vervolging te moeten ondergaan. Huang Yin leeft nu met haar grootouders, de leefomstandigheden zijn echter zo slecht dat de bakstenen waaruit het huis bestaat zijn gemaakt van modder en er loopt een scheur van een meterlang in het plafond. Ze kust vaak de foto van haar moeder en zegt: “Ik zag mama, ze is zo mooi, mam komt om me te zien”.

4-jarig meisje sterft nadat haar familie herhaaldelijk werd gearresteerd en geslagen door de politie

Op 19 Juli, 2000, braken politieagenten in het huis van de oom van de vier jaar oude Wang Shujie, in het bijzijn van Shujie arresteerden ze alle volwassenen die aanwezig waren omdat ze er van verdacht werden Falun Gong beoefenaars te zijn. Een paar maanden later, werden zij en haar vader naar het politiebureau meegenomen, en ze keek toe hoe politieagenten haar vader sloegen en stompten. Shunjie viel flauw van de schok, en werd later zwetend wakker met een hoge koorts. Ze schudde herhaaldelijk haar hoofd van kant naar kant en leed klaarblijkelijk aan een heftige pijn in haar hoofd. Ze werd erg bang na het voorval en sloeg soms met haar hoofd tegen de muur. Na thuis te zijn teruggekeerd van het politiestation, was ze in een lethargische staat en sliep de hele dag.

De politie ging keer op keer naar het huis van Shujie om haar familieleden te arresteren. Een tijdlang verliet de familie het huis om te voorkomen gearresteerd te worden. Na zo lang in angst en bezorgdheid te hebben geleefd, had Shujie moeite om te eten, en ging haar gezondheid achteruit.

Bij het aanbreken van de dag op 1 Februari, 2002, omsingelde bijna 20 politieagenten het huis van Shujie. Ze braken binnen om haar vader weg te voeren. Shunjie was zo bang dat ze het in haar broek deed. De politie negeerde haar simpelweg en nam haar vader weg naar een hersenspoelingklas.

Op 14 Februari, 2002, gingen Shujie en haar tante naar de hersenspoelingklas om haar vader te bezoeken. Toen ze terugkeerde, zei Shunjie tegen haar moeder:”Papa heeft vandaag gezegd dat het vandaag mijn verjaardag is, maar hij kan er niet bij zijn”. Haar moeder keek naar het sterk vermagerde kind en liet tranen. Shunjie was alleen botten en vel, en ze was nauwelijks gegroeid tijdens de twee jaar van vervolging. Ze had moeite om te slapen en eten. Haar ouders moesten haar naar het ziekenhuis brengen voor hulp. In het ziekenhuis werd ontdekt dat Shujie vloeistof in haar brein had, en de dokters probeerden chirurgie toe te passen om het probleem te corrigeren. Na de operatie, begon ze te stuiptrekken en ontwikkelde een hoge temperatuur. Vier dagen later, stopte ze te ademen en stierf ze.

ONDERNEEM ACTIE

In Focus

Voor meer informatie neem contact op met
het Falun Dafa Informatiecentrum

+31 (0)6-46767319 (Peter Houben)
of via het contact formular