Mevrouw Li Ping uit de stad Dalian in de Provincie Liaoning werd vele malen ontvoerd en gevangen gehouden voor haar vastberadenheid in het beoefenen van Falun Gong. Ze werd tot twee keer toe gevangen gehouden in het dwangwerkkamp in Dalian waar ze op wrede wijze werd vervolgd. Ze stierf op 27 november 2005. De clearwisdom.net website publiceerde vandaag foto’s van Li Ping en een video met een interview voor haar dood.

Li Ping verklaarde: "Op 27 februari 2004, ging ik naar het Yaojia detentiecentrum om een gevangengenomen zus te bezoeken (die ook Falun Gong beoefenaar was, maar onder druk op dat moment Falun Gong had opgegeven) om haar wat kleding te brengen. Toen ze ontdekten dat ik een artikel van meester Li \[editor: grondlegger van Falun Gong] bij me droeg, werd ik opnieuw gearresteerd. In het Yaojia detentiecentrum, werd ik gevangengehouden in een kleine cel waar mijn armen en benen voor zes dagen en nachten geketend aan de grond werden vastgemaakt.
Daarna werd ik op een bed geketend. Omdat ik geen enkele misdaad had begaan, protesteerde ik door middel van een hongerstaking. Twee keer per dag werd ik door ze (de politie in de gevangenis) gedwangvoed door middel van neus-buisjes. Ze bevalen criminelen om me te slaan, in het bijzonder in mijn gezicht. Ze gooiden koud water over me heen. Ik was vel over been. Ik kon niet lopen. Ik kon niet zelf urineren of ontlasten. Op 9 april werd ik op een brancard naar het dwangwerkkamp in Dalian gebracht.”


Li Ping verklaarde, "Op 19 april 2000, werd ik naar het Masanjia dwangwerkkamp gestuurd. Om me te verzetten tegen de kwaadaardige vervolging protesteerde ik door met een hongerstaking te beginnen. Ze stopten me in een kleine cel en ketenden me aan een stoel. Ze dwongen me ook om op de Tijgerbank te zitten, en plaatsten stenen onder mijn voeten (Falun Gong beoefenaars worden gedwongen om met hun knieën samengebonden op een kleine ijzeren bank te zitten die ongeveer 20 cm breed is. Terwijl hun handen achter hun rug worden vastgebonden of soms op hun knieën worden geplaatst,worden ze gedwongen om rechtop te zitten en recht vooruit te kijken. Ze zijn niet toegestaan hun hoofd te draaien, hun ogen te sluiten, met iemand te spreken of te bewegen. Meerdere criminele gevangenen zijn belast met het monitoren van de beoefenaars en hen te dwingen om bewegingsloos op het bankje te blijven zitten. Om het nog moeilijker te maken deze marteling te verdragen, worden gewoonlijk enkele harde objecten onder de onderbenen of onder de enkels van de beoefenaars geplaatst.). Ze voedden me dwangmatig door mijn neus. Ik moest vaak bloed overgeven. Ik werd broodmager en raakte verlamd. Uiteindelijk droegen ze me op een brancard de cel uit, en vroegen mijn familie om me op te halen.”


