Ik was getuige van het mishandelen van mede beoefenaars in de Sichuan vrouwen gevangenis.

05-11-2008 Ooggetuigen

Drie jaar was ik gevangen in de Yangmahe stads vrouwen gevangenis in de stad Jianyang van de provincie Sichuan omdat ik Falun Gong beoefen. Ik onderging zelf de vervolging en was getuige van Falun Gong beoefenaars die door bewakers en criminelen vervolgd werden. Meer dan 100 beoefenaars waren gevangen genomen in die gevangenis.

Toen ik voor het eerst aan kwam in de gevangenis zag ik dat Yu Zhifang en andere bewakers grondig beoefenaars door zochten voornamelijk op zoek naar Falun Gong gerelateerde artikels. Dingen die beoefenaars bij zich droegen en opvielen werden op de grond gegooid. Later werden aan twee criminele gevangen de opdracht gegeven om beoefenaars voor 24 uur in de gaten te houden, ze moesten ons nauwgezet volgen. Gevangen die met de bewakers meededen aan de vervolging verboden beoefenaars om te praten, contact te hebben of zelfs naar elkander te kijken. ’s Nachts was er altijd licht aan zodat de bewakers de beoefenaars in de gaten konden houden om zo ook de beoefenaars te weerhouden van het doen van de oefeningen. Als beoefenaars lagen of zaten was het niet toegestaan om hun benen te buigen. De criminele gevangenen letten heel streng op dit verbod zelfs als de beoefenaars op de rand van het bed zaten.

Omdat de gevangenis ook financiële winsten moest maken werden beoefenaars gedwongen om straf werk te verrichten. Beoefenaars van wie de bewakers de indruk hadden dat ze nog niet gehersenspoeld waren mochten geen bezit hebben of verkrijgen, telefoneren of familie bezoek hebben - ze verloren geheel hun vrijheid.

In juli 2002 was ik al een maand in de gevangenis toen de bewaker, die op iedere afdeling het wreedst was, overgeplaatst werd naar afdeling zeven voor het leiden van een “klas in rechts onderwijs”. In feite was dit een hersenspoel onderwijsklas. Meer dan honderd beoefenaars moesten naar afdeling zeven gaan en werden daar gemarteld op allerlei kwaadaardige wrede wijzen zodat ze hun geloof in Falun Gong zouden opgeven. Drie tot vier beoefenaars werden vast gehouden in elke ruimte. Elke beoefenaar werd in de gaten gehouden door een of twee criminele gevangenen. Deze criminelen waren strikt in de bewegingsvrijheid van de beoefenaars, ze rapporteerden wat ze zeiden en deden aan de bewakers. Voor het eten, kleren wassen, douchen, gaan naar toilet, en andere dagelijkse activiteiten was een maximale tijds limit gesteld. De bewakers hadden de gevangen verboden om over Falun Gong te praten met beoefenaars. Als ze dit toch deden en betrapt werden dan werden ze gestraft. Opzettelijk verspreiden de bewakers leugens en haat jegens de beoefenaars. Ze spoorden assistenten en gevangenen aan met strafvermindering om beoefenaars te vervolgen. De criminele gevangenen en de assistenten van de bewakers werden niet gehinderd door de bewakers. Foto’s en spandoeken die Falun Gong vervloekten hingen op de hele afdeling. Beoefenaars werden gedwongen om naar video’s te kijken en boeken te lezen die slecht spraken over Falun Gong. Gevangenen die Partij propaganda liederen konden zingen werden aangewezen om beoefenaars te dwingen om mee te dansen, zingen, en het luisteren naar partij propaganda liederen.

De gevangenen probeerden beoefenaars te dwingen om andere vormen van oefeningen te leren.. Degene die niet luisterden naar de gevangenen werden beledigd en gemarteld. De bewakers wezen vele assistent leraren en criminele gevangenen aan die speciaal in de buurt moesten blijven van de beoefenaars, en hun alle soorten van propaganda vertellen, op een huichelachtige wijze tegen beoefenaars praten waarbij ze elkaar afwisselden of dwongen beoefenaars om ervaring artikelen te schrijven met de zogenaamde “gedachten rapporten”.
Ze bedreigden beoefenaars die hun geloof in Falun Gong niet wilden ontkennen. En verhoogden strafmaatregelen voor degene die niet de drie verklaringen schreven.
Indien de assistent leraren en de andere gevangenen de beoefenaars niet konden hersenspoelen werden ze vervangen. De gevangen die betrokken waren met de vervolging van beoefenaars werden dreigend toe gesproken door de bewakers niet publiekelijk bekend te maken wat ze deden binnen de gevangenis muren.

Als beoefenaars standvastig waren in hun geloof werden ze, afgezien van hersenspoel pogingen, gedwongen tot andere methoden van martelingen, inclusief rennen, het doen van militaire driloefeningen, het doen van uitputtende oefeningen, etc. Sommigen konden niet meer lopen omdat hun voeten opgezwollen waren door het rennen. Bewakers gaven criminele gevangenen de opdracht om beoefenaars mee te trekken om ze zodoende weer te laten rennen. Degene die weigerden werden geslagen en geschopt, gedwongen om te staan of te zitten, voor een lange tijd blootgesteld aan de zon, of weggezonden werden voor verdere marteling in eenzame opsluiting. Degene die niet meededen aan de militaire training, het dragen van het gevangenis uniform of die geen misdragingen rapporteerden, werden op een onmenselijke wijze van kleren ontdaan. Zij werden naar een kleine ruimte gesleept waar criminelen hen konden martelen en/of hen onthielden van eten en wc gebruik. Enkele beoefenaars hadden handboeien om, werden onderste boven gehangen en mochten niet eten of naar het toilet gaan. Sommigen werden gemarteld door met handboeien te verblijven in een positie die heet: “Het Dragen van een Zwaard achter de Rug”.

De hersenspoel sessies duurden ongeveer 50 dagen en beoefenaars werden elke dag gemarteld. Omdat beoefenaar mevr. Lin Li tegen de vervolging was, werd ze opgehangen aan een paal door bewaker Yu Zhifang en zijn bondgenoten in april 2002. Ze werd daarna aan een andere paal van een hek gehangen, willekeurig geslagen, beledigd, en was het niet toegestaan om te eten of om naar het toilet te gaan. Ze werd voor meer dan een maand gemarteld zodat ze haar geloof zou opgeven. Beoefenaar mevr. Zhang Zhiqin weigerde om het gevangenis uniform te dragen, nummers te rapporteren, of overtreders aan te geven. Yu Zhifang wees een groep criminelen aan om haar te beledigen, mee te slepen, haar tegen haar rug te schoppen, haar te schoppen en om haar te schokken met elektrische geladen knuppels. Met geboeide handen werd ze elke dag aan een boom gebonden afgezonderd van iedereen. Ze werd gedwongen om te staan of te zitten en niet geoorloofd om te eten. Bovendien werd ze gedwongen om op haar hoofd te staan terwijl criminelen haar haar af knipten. Ze kon haar hongerstaking tegen de vervolging niet meer voortzetten, maar de bewakers dwongen haar nog steeds om slavenarbeid te verrichten.

Bewaker Yu Zhifang en anderen gebruikten kwaadaardige methoden om beoefenaars te vernederen en te vervolgen. Tijdens dagen dat leiders en officieren kwamen inspecteren, of andere gebeurtenissen plaats vonden in de gevangenis waren de bewakers bevreesd dat mensen te weten kwamen van hun slechte daden. Een militaire politie officier zag eenmaal dat ze de opdracht aan criminele gevangenen gaven om beoefenaar Mevr. Zhang Zhiqin van haar kleren te ontdoen. Ze werd toen in het afval gegooid bij het toilet, een plek vol met muskieten, vliegen en wandluis.

Beoefenaar mevr. Ye Shunying weigerde om het gevangenis uniform te dragen uit protest tegen de vervolging. Door de bewakers aangewezen criminelen sleepten haar naar de werk kamp plekken en ontdeden haar van haar kleren voor de chefwerkplaats en vernederden haar. Beoefenaar mevr. Zhang Qunfang weigerde om gegevens te rapporteren en werd beledigd en geslagen door criminelen die op haar onderrug duwden met hun knieën. Een andere beoefenaar, mevr. Lu Yanfei gaf haar geloof in Dafa niet op en gaf informatie over Falun Gong aan andere beoefenaars. Haar handen werden geboeid door Liu Hong en Jian en ze mocht niet eten. Toen ze een keer op het toilet was stopten criminele gevangen in opdracht van Liu Hong en Jian voor verschillende minuten een handdoek in haar mond terwijl ze haar naar beneden duwden. Nadat bekend werd gemaakt wat ze gedaan hadden, ontkenden Liu Hong en Jian alle verantwoordelijkheid.

Sinds het begin van de vervolging door de Chinese communistische partij (CCP) op Falun Gong, zijn veel beoefenaars gevangen genomen in de Yangmahe stads vrouwen gevangenis in de stad Jianyang, provincie Sichuan. In deze levende hel gebruiken de bewakers en criminelen brute methoden om beoefenaars te martelen.
Hetgeen hierboven beschreven zijn maar een paar voorbeelden.

Bewakers betrokken bij de vervolging:

Yu Zhifang, genoemde leider van afdeling 7
Liu Hong, genoemde leider van afdeling 8
Jian, genoemde team leider van afdeling 8
Zhou Hui, genoemde hoofd leider van afdeling 8
Fu, genoemde leider van afdeling 4


ONDERNEEM ACTIE

In Focus

Voor meer informatie neem contact op met
het Falun Dafa Informatiecentrum

+31 (0)6-46767319 (Peter Houben)
of via het contact formular