Falun Gong Beoefenaar Liu Hongchang; 5 jaar lang onterecht opgesloten:Een samenvatting van zijn verhaal

09-12-2010 Ooggetuigen

Liu Honchang zette zich in om te pleiten voor mensenrechten van Falun Gong boefenaars in China. Hij werd gearresteerd werd in diverse gevangenissen vastgehouden over een periode van 5 jaar. Hij onderging verschillende vormen van foltering, die zijn gezondheid ernstige schade toebrachten. Hij wist uiteindelijk China te ontsnappen.

Voor de vervolging

Ik begon in 1996 met het beoefenen van Falun Gong. Het leven was erg vreedzaam voordat de vervolging begon. Mijn moeder beoefende ook Falun Gong en in mijn stad waren ongeveer vier tot vijf duizend mensen die Falun Gong beoefenden. Toen ik China in 2006 verliet waren het er nog maar honderd tot honderdvijftig.

1999 Start van de vervolging

Op 16 december 2000 ben ik naar Peking gegaan om te pleiten voor Falun Gong. Nadat ik mijn huis had verlaten werd mijn huis door de politie en het 6-10 bureau doorzocht. Vijf agenten haalden mijn huis overhoop op zoek naar Falun Gong materiaal. Mijn vrouw en dochter werden dusdanig geïntimideerd en bedreigd, dat ze continu bleven huilen.

De politie arresteerde mij met veel fysiek geweld op 9 februari 2001 in Peking. In het detentie centrum werd ik zo hevig geslagen dat ik verschillende ribben brak. Dit maakte het ademen en slapen erg moeilijk. Dag in dag uit onderging ik de mishandelingen en martelingen.

Op 12 maart 2001 werd ik vanuit Peking overgebracht naar een detentie centrum in mijn woonplaats. Toen zij mij daar ook wilden overplaatsen naar een werkkamp, moesten zij mij eerst onderzoeken op mijn door marteling toegebrachte fysieke verwondingen. In het ziekenhuis, toen de politieagenten niet opletten, wist ik te ontsnappen. Ik kon niet naar huis, want de politie zocht me nu. De politie bezocht mijn ouders huis en mijn vrouw en dochter regelmatig en zetten hen onder grote druk. Ze wachtten ook lange tijd in mijn ouders huis tot ik terug zou komen.

2001 Detentie en heropvoedingskamp

Op 25 juni 2001 werd ik opnieuw gearresteerd. De politie commandeerde de medegevangenen om me te martelen. Vier gevangenen lieten me eerst een half uur met mijn handen op mijn hoofd tegen de muur staan, daarna moest ik knielen en sloegen ze mijn hoofd en rug totdat ze te moe waren om nog langer te slaan. Ik verloor mijn bewustzijn. Later moest ik van andere gevangenen met kettingen om mijn handen en enkels heen en weer lopen. Ik mocht geen geluid maken, maar moest wel blijven lopen, ander werd ik opnieuw in elkaar geslagen. Dit gebeurde dag in, dag uit. Ik moest me ook uitkleden, waarna ik emmers koud water over me heen kreeg, totdat ik blauw werd.

Op een dag moest ik meekomen met een agent een kantoor in. Daar werd ik door twee agenten mishandeld. Ik moest met gebogen knieën voorover leunen en mijn armen vooruit steken, zonder te bewegen. Bij beweging zou ik worden geslagen. Ze zagen hoe ik stond te zweten, en verergerde dit door een plastic zak over mijn hoofd te doen om me belachelijk te maken. Later moest ik naar nog een ander kantoor, waar ik opnieuw stil moest staan, daar kreeg ik van 3 agenten elektrische schokken toegediend, totdat de batterijen op waren. Alle kracht was uit mijn lichaam verdwenen. Uiteindelijk werd ik in elkaar geslagen terwijl ik moest hurken. Hierna kon ik niet meer lopen, ik heb er vandaag de dag nog steeds last van.

2001 Schijnproces

Op 28 november werd ik naar een geheime rechtbank gebracht. Alleen een rechter, twee mensen en politie waren daar. De rechter veroordeelde me nadat we binnen gekomen waren direct tot vijf jaar gevangenisstraf. Ik kon niets zeggen en had geen advocaat. De maand erop probeerde ik in beroep te gaan, maar 22 maart kreeg ik officieel bericht dat het niet gehonoreerd werd. In de tussentijd mocht ik mijn familie niet zien en werd ik officieel ontslagen van mijn werk.

2002 Andere gevangenis

Op 7 juni 2002 werd ik naar een andere gevangenis gebracht. Hier was de vervolging intensiever. Alle rechten die voor normale gedetineerden gelden, golden niet voor Falun Gong beoefenaars. Andere gevangenen lieten me soms geen water drinken. We konden maar 1 keer per maand als laatste een bad nemen, in water dat door de andere gevangenen al was gebruikt. We mochten minder dagelijkse dingen kopen dan anderen, onze hoofden werden kaalgeschoren, mijn brieven werden afgepakt en verbrand als de inhoud niet goed was, ik mocht mijn familie een jaar niet zien.

2003 Dwangvoeding

In juli 2003 ging ik samen met drie andere Falun Gong beoefenaars in hongerstaking, om tegen onze onterechte opsluiting te protesteren. Na vijf dagen begonnen de agenten me dwangvoeding toe te dienen. Ze stopten een buis in mijn neus, tot diep in mijn keel. Het deed zo'n pijn dat ik bleef huilen en door de buis in mijn keel moest ik steeds bijna overgeven. Het is erg moeilijk dit verschrikkelijke gevoel uit te leggen.

2006 Vlucht naar Thailand

Op 19 mei 2006 werd ik vrijgelaten, maar had geen baan, geen inkomen en mijn fysiek was ernstig beschadigd. Ik had zeer veel inwendige pijnen. Mijn familie kon niet aanzien dat ik vervolgd zou blijven worden en verzamelde meer dan 18.000 yuan om mij China uit te smokkelen. Op 29 september 2006 kwam ik Thailand binnen. Hier hielpen Thaise Falun Gong beoefenaars mij gelijk om VN vluchtelingenstatus aan te vragen.

Op 8 februari 2008 tijdens een informatie activiteit over de vervolging van Falun Gong in China, voor de Chinese ambassade in Bangkok werden we door de Thaise politie naar het bureau gelokt en daar gearresteerd. In totaal werden 13 Falun Gong beoefenaars op die dag gearresteerd. Ik denk dat de Chinese ambassade de Thaise politie heeft betaald om ons te arresteren. Leden van de Chinese ambassade bezoeken het Thaise politiebureau regelmatig. Gedurende het hele proces van lokken naar het politiebureau liep er een Chinese jongeman mee met een fototoestel. Ik denk dat hij aan de Chinese ambassade verslag moest uitbrengen van de gebeurtenis. Ik heb een foto van hem.

Het was een grootschalige actie waarbij op twee locaties tegelijk veel beoefenaars werden gearresteerd. Op dit moment zitten er nog 20 onder erbarmelijke omstandigheden vast in de Thaise gevangenis.

Ik werd op 9 juni 2008 vrij gelaten. Mijn gezondheid is nog steeds niet goed. Na zoveel jaren vervolging is mijn lichaam uitgeput. Maar ik verwacht dat het beter wordt door mijn cultivatie in Falun Gong.

ONDERNEEM ACTIE

In Focus

Voor meer informatie neem contact op met
het Falun Dafa Informatiecentrum

+31 (0)6-46767319 (Peter Houben)
of via het contact formular